Medisch
                                  

bullet Anaalklier problemen
bulletBabesiosis
bullet Baarmoederontsteking
bulletCoronavirus
bulletDNA
bulletHerpes
bullet Heupdysplasie HD
bullet Elleboog dysplasie ED
bullet Hernia
bullet Inenten van honden tegen: parvo, kennelhoest, ziekte van Carre, besmettelijke leverziekte, hondsdolheid
bullet Kruisbandproblemen
bullet Maagtorsie
bullet Neospora
bullet Oorontsteking
bullet Reisziekte
bullet Spondylose
bullet Voedingsallergie
bullet Voorhuidontsteking
bullet Wormen bij de hond: spoelwormen, haakwormen, lintwormen, zweepwormen, giardia
bullet ziekte van Lyme
bullet Degeneratieve Myelopathy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Neospora:

 

Door: Gerard Besselink.

In agrarische vakbladen worden regelmatig artikelen gepubliceerd over Neospora en de rol die de hond hierbij speelt. Sommige agrariërs nemen het zekere voor het onzeker en willen niet langer dat hondenverenigingen op hun weilanden speuren. 

Een zorgwekkende ontwikkeling voor onze sport! 

Natuurlijk is het zo dat onze honden niet in de weilanden hun ontlasting doen en mocht dit toch eens gebeuren, dit netjes wordt opgeruimd, toch is voorzichtigheid geboden.

Om in gesprekken met agrariërs duidelijk te kunnen maken dat onze honden deze gevreesde ziekte niet kunnen overbrengen, publiceren wij hieronder een tweetal artikelen die duidelijkheid geven over de besmetting met neospora. 

Bron van de artikelen: agroweb.

Het PB van Gelderland heeft een richtlijn aangenomen die via de pagina downloads is op te halen.

 

Meer duidelijkheid over abortusverwekker Neospora

Neospora caninum is een van de belangrijkste veroorzakers van verwerpen bij koeien. Dierenarts-patholoog Willem Wouda van de GD heeft hier de afgelopen jaren uitgebreid onderzoek naar gedaan. Hoewel nog niet alles bekend is, geeft zijn promotie-onderzoek meer duidelijkheid over deze abortusverwekker.

 

bullet Belangrijke oorzaak verwerpen
bullet Diagnose
bullet Veel bedrijven besmet
bullet Besmettingswegen

 

Belangrijke oorzaak verwerpen


Uit onderzoek van verworpen kalveren weten we dat Neospora caninum één van de belangrijkste oorzaken van verwerpen bij koeien is. Neospora caninum is een ééncellige parasiet die in 1984 voor het eerst bij een hond werd onderkend. Dit verklaart de toevoeging ‘caninum’ (Latijn voor hond). Een infectie met Neospora leidt niet tot ziekteverschijnselen bij de koeien. Wel kan de parasiet door weefselbeschadiging de dood van de ongeboren vrucht veroorzaken. In een vroeg stadium van de dracht kan dit onopgemerkt blijven. Dit komt vooral bij pinken voor. Als de vrucht op een leeftijd van drie tot vier maanden sterft, kan deze verdrogen of mummificeren en vaak pas maanden later worden afgezet. Als de vrucht na de vierde maand van de dracht sterft, treedt vrijwel altijd binnen 48 uur abortus op.


Diagnose


Neospora veroorzaakt bij de vrucht karakteristieke weefselafwijkingen, zodat door middel van microscopisch onderzoek de diagnose kan worden gesteld. Met behulp van kweek en virusonderzoek kunnen andere besmettelijke oorzaken van abortus worden uitgesloten. Als op uw bedrijf regelmatig koeien verwerpen, adviseren wij u verworpen vruchten bij de GD te laten onderzoeken. Bloedonderzoek van het moederdier kan de diagnose ondersteunen.


Veel bedrijven besmet


Uit onderzoek op honderd melkveebedrijven bleek dat op 78% van de bedrijven een Neospora-infectie aanwezig was (gemiddeld bij 14% van de koeien). Een infectie leidt lang niet altijd tot het afsterven van de vrucht. Wel vindt bij 80% van de besmette koeien overdracht van de infectie op de nakomelingen plaats. Deze besmette kalveren zijn overigens gezond, maar blijven levenslang besmet en kunnen op hun beurt de infectie op hun nakomelingen overdragen. Besmette koeien hebben twee tot drie keer zo grote kans op abortus als onbesmette dieren. Uit onderzoek op bedrijven met een abortusstorm bleek dat in een aantal gevallen niet een recente Neospora-infectie hiervan de oorzaak was, maar een opleving van een al aanwezige infectie. De meeste abortusstormen vonden plaats in de zomer of nazomer. Er werden aanwijzingen gevonden dat het voeren van beschimmelde maiskuil in de zomer en een minder goede kwaliteit van het gras in de nazomer een rol kunnen hebben gespeeld via een weerstandvermindering van de koeien. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat op sommige bedrijven er wel degelijk sprake was van een nieuwe Neospora infectie bij de koeien die verwierpen. Dit bleek vooral uit een analyse van de moeder-dochter relaties met betrekking tit de aanwezigheid van antistoffen tegen Neospora in het bloed. Het kwam voor dat besmette verwerpers negatieve moeders hadden of eerder negatieve nakomelingen hadden gehad. In dat laatste geval moet de besmetting opgetreden zijn na de geboorte van de laatste negatieve nakomeling.


Besmettingswegen


Behandeling van besmette koeien is niet mogelijk. De nadruk van de bestrijding ligt dan ook op het voorkomen van de besmetting. De verticale overdracht (van koe op kalf) is de belangrijkste besmettingsweg. De enige mogelijkheid om de besmettingsgraad van de veestapel terug te dringen, is door besmette dieren uit te selecteren, te beginnen bij de kalveren. Voor het aantonen van antistoffen tegen Neospora heeft de GD een gevoelige bloedtest ontwikkeld. Naast de verticale overdracht is er ook een horizontale infectieweg. Reeds lang werd vermoed dat hierbij een andere diersoort een rol speelt. Uit GD-onderzoek bleek dat de aanwezigheid van honden op het bedrijf een risicofactor vormt. In Amerika is aangetoond dat de hond als eindgastheer van de parasiet kan optreden en dat honden besmettelijke stadia van de parasiet (oöcysten) kunnen uitscheiden met de ontlasting. Recent onderzoek bij de GD heeft aangetoond dat de nageboortes van Neospora positieve koeien een belangrijke besmettingsbron voor de hond vormen. Wij adviseren dan ook om te voorkomen dat honden nageboortes eten. Honden mogen geen toegang hebben tot de afkalfstal. Verder is het verstandig te voorkomen dat honden hun behoefte doen in het voer van het rundvee.

GD-onderzoek bevestigt rol hond bij infectieroute Neospora

 

De hond werd al geruime tijd gezien als belangrijke schakel in de besmettingsroute van Neospora. Uit recent onderzoek door de GD en de Faculteit Diergeneeskunde is gebleken dat nageboortes van neospora-positieve koeien een belangrijke besmettingsbron voor de hond vormen.

 

bullet Oorzaak van verwerpen
bullet Onderzoek op probleembedrijven
bullet Rol van de hond
bullet Cyclus van Neospora
bullet De hond op het bedrijf
bullet Neospora-onderzoek
Oorzaak van verwerpen


Neosporose is één van de belangrijkste oorzaken van verwerpen bij koeien.
Een besmetting met de ééncellige parasiet Neospora caninum veroorzaakt abortus, steenvruchten en onregelmatige terugkomers. Overdracht van moeder op kalf is de belangrijkste besmettingsbron. Besmettingen kunnen echter ook plaatsvinden via honden. Dit was al gebleken uit eerder onderzoek door de GD. Hoe dit precies in zijn werk ging, was echter niet bekend. Recent GD-onderzoek heeft hierin meer duidelijkheid gebracht.

Onderzoek op probleembedrijven


Op veel bedrijven met abortusproblemen door neosporose bleek tot anderhalf jaar voor de uitbraak een nieuwe hond op het bedrijf te zijn gekomen. Dit betrof zowel oudere honden als puppies (al dan niet op het bedrijf geboren). In alle gevallen hadden de honden contact met de koeien. Ook bleek dat honden op deze bedrijven vaker nageboorte aten en biest kregen dan op bedrijven zonder problemen met neosporose.

Rol van de hond


Om te onderzoeken of de besmetting van honden via biest of de nageboorte verloopt is een proef met vijf jonge hondjes uitgevoerd. Deze dieren waren vrij van Neospora. Twee honden kregen nageboorte-materiaal van koeien met neosporose te eten. Twee dieren kregen biest van koeien die besmet waren met neosporose. Het vijfde dier gold als controledier.
Uit deze proef blijkt dat het eten van een kleine hoeveelheid nageboorte (50 gram) geen reactie oplevert bij de hond. Het eten van een grote hoeveelheid nageboorte (500 gram) leidt tot het uitscheiden van oöcysten (‘eitjes’) in de ontlasting, ongeveer 10 tot 30 dagen nadien. Het opnieuw voeren van nageboorte leidt niet opnieuw tot het uitscheiden van oöcysten. Uit bloedonderzoek kon de besmetting niet worden vastgesteld. Het eten van besmette biest leidt niet tot het uitscheiden van oöcysten.

Cyclus van Neospora


Uit dit onderzoek kan de levenscyclus van Neospora caninum verder worden ingevuld: de hond eet besmet materiaal (zoals nageboorte). De parasiet plant zich voort in de hond, wat resulteert in oöcysten in de ontlasting gedurende een beperkte periode. De oöcysten komen via de hondenuitwerpselen in het voer van de koeien terecht en worden door de koe opgenomen. Binnen de koe kan de parasiet zich ongeslachtelijk vermenigvuldigen. De koe scheidt geen oöcysten uit via de mest, maar kan wel haar ongeboren kalf besmetten.
Dit kalf kan te zijner tijd ook weer haar ongeboren kalf besmetten. De nageboorte van besmette koeien bevat wel Neospora caninum, waarmee een andere hond zich weer kan besmetten.

De hond op het bedrijf


Op een bedrijf met een geschiedenis van Neospora dient de veehouder extra voorzichtig te zijn bij de aanschaf van een nieuwe hond of de geboorte van puppies. De overgebleven besmette koeien kunnen de hond besmetten en deze kan op zijn beurt weer koeien (of jongvee) besmetten, zodat een abortusstorm kan plaatsvinden.
Bloedonderzoek van de hond heeft geen zin. Een dier waarbij antistoffen op Neospora worden aangetroffen, heeft waarschijnlijk al lang geleden een besmetting doorgemaakt. Onze belangrijkste adviezen zijn: laat de hond nooit in contact komen met de nageboorte van de koeien. Voorkom dus dat de hond in de afkalfstal of op de roosters komt. Leer de hond op één vaste plaats z’n ontlasting te doen, zodat het niet in het voer van het rundvee komt.

Neospora-onderzoek


Het promotieonderzoek van Willem Wouda uit 1998 bracht veel inzicht in deze ziekteverwekker. Het neospora-onderzoek bij de GD staat op dit moment onder leiding van Thomas Dijkstra. In samenwerking met de afdeling Parasitologie van de Faculteit Diergeneeskunde en een gerenommeerd Duits onderzoeksinstituut zijn al verschillende goede resultaten geboekt. Nu de rol van de hond is vastgelegd zal het onderzoek zich verder richten op het verloop van de infectie. Daarnaast komen de relaties met melkgift en reproductie
aan bod.

 

Herpes

Het honden-Herpesvirus werd voor het eerst aangetoond in 1964 bij gestorven pups. Tot nu is slechts één serotype bekend, namelijk type 1, afgekort CHV1. Het is sterk verwant aan de herpesvirussen die bij katten, paarden en varkens respectievelijk niesziekte, rhinopneumonie en Aujeszky veroorzaken. Veel studies zijn gedaan naar het voorkomen van het virus. In België en Nederland vond men percentages van 39% bij particulier gehouden honden, tot 50% bij in kennels gehouden honden.

Overdracht

Het virus overleeft slecht buiten de gastheer en wordt snel gedood door zonlicht, warmte en droogte. Overdracht geschiedt voornamelijk door direct contact. Tijdens de passage door het geboortekanaal en net na de geboorte, kunnen de pups via mond of neus geïnfecteerd worden. Neus- en vaginale uitvloeiing van de teef zijn de besmettingsbronnen. De besmette pups kunnen hun nestgenoten weer besmetten. Of het   virus ook bij de dekking kan worden overgedragen, is nog niet bewezen. Het virus kan zich langdurig in de zenuwbanen van de hond verstoppen. Het is nog steeds niet precies bekend hoe het weer gereactiveerd wordt.

Temperatuur

Het ziekteverloop van een CHV1 infectie is afhankelijk van de leeftijd, de lichaamstemperatuur en de weerstand, ofwel immuunstatus van de pups. Vooral pasgeboren pups tot de leeftijd van acht dagen, sterven meestal na infectie. Dit heeft vooral te maken met het feit dat zulke  jonge pups niet in staat zijn koorts te ontwikkelen. Het herpesvirus vermeerdert zich optimaal bij een temperatuur van 35º tot 36º C. Dit is juist ongeveer de lichaamstemperatuur van hele jonge pups. Daarnaast hebben ze meestal ook nauwelijks immuniteit tegen CHV1. De diagnose wordt meestal bij sectie gesteld. Na infectie verspreidt het virus zich naar alle organen en veroorzaakt daar zeer veel kleine bloedingen en weefselbeschadiging. Pups die de infectie overleven hebben vaak blijvende schade aan het zenuwstelsel.

Klinische verschijnselen

De incubatietijd, de tijd tussen besmetting en het optreden van ziekteverschijnselen, is ongeveer 5 dagen. De teef is vaak goed gezond en geeft normaal melk. Besmette pups sterven meestal snel, soms zonder symptomen, maar vaak zie je de volgende verschijnselen:

• niet drinken en lusteloos

• schreeuwen van de pijn

• speekselen, braken, heldere neusuitvloeiing

• afwijkende ontlasting

• oedeem onder de huid

• benauwdheid, en later zelfs nekkramp

• sterfte na 24 tot 48 uur

Veel onderzoekers noemen de CHV1 infectie is als hoofdoorzaak van het zogenaamde "Fading Puppy Syndrome". Het belang van CHV1 infectie bij vruchtbaarheidsproblemen is nog steeds niet geheel duidelijk. Experimenteel opgewekte infecties, door het inspuiten van virus direct in het bloed, kunnen abortus, mummificatie en doodgeboorte van de vruchten veroorzaken. In natuurlijke situaties spelen echter veel factoren mede een rol. Het bepalen van antistoffen in het bloed geeft geen zekerheid over de oorzaken van problemen. Zo is gebleken dat het optreden van een kennelhoestinfectie een CHV1infectie kan activeren en de antistofconcentratie kan verhogen. De leeftijd van de teef speelt een rol, evenals de wijze van houden van de honden en de hygiëne. Vooralsnog is de relatie tussen het CHV1 virus en vruchtbaarheidsstoornissen bij honden niet goed bewezen.

Advies

Bij het optreden van verdachte puppysterfte is het belangrijk de omgevingstemperatuur te verhogen. Voor gezonde pups wordt onder normale omstandigheden een omgevingstemperatuur van 30º tot 32º C gedurende de eerste 4 dagen aanbevolen, dalend tot 28º C op de 7e dag. Bij het optreden van problemen kan het verhogen van de omgevingstemperatuur tot 39º C de virusvermeerdering remmen en de sterfte verminderen doordat de lichaamstemperatuur van de pups hoger wordt. Ook injecties van serum met antistoffen tegen CHV1 blijken goed te kunnen werken. Het verkrijgen van dit serum is niet eenvoudig en het toedienen aan de pups niet zonder gevaar. Pups met symptomen moeten direct gescheiden worden van gezonde pups.

Vaccinatie

Als er vruchtbaarheidsproblemen zijn, moet vooral worden nagegaan hoe de gehele situatie is rond de teef. Als de teef in een kennel gehouden wordt , en er is veel contact met andere honden, dan is vaccineren van belang. Een goede hygiëne, enten tegen kennelhoest en goed dekmanagement zijn ook zeer belangrijk. Het vaccineren tegen herpesinfecties heeft bij ons centrum voorlopig het voordeel van de twijfel. Bij de door ons gevaccineerde dieren hebben wij daarnaast nog geen bijwerkingen gezien. Het enige vaccin dat op dit moment op de markt is, is Eurican Herpes Vaccin van Merial. De eerste enting dient tijdens de loopsheid, zo’n 7 tot 10 dagen na de dekdatum, gegeven te worden. De tweede injectie moet twee weken voor de verwachte werpdatum gegeven worden. Hervaccinatie moet bij elke dracht volgens hetzelfde schema gebeuren. Bij een aantal fokkers in onze praktijk hebben wij goede resultaten behaald. Of het de vaccinatie was, of de begeleiding, blijft voorlopig onzeker.

Arjan Brouwer, Vertrouwensarts VDH

Heupdysplasie HD


 

Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige  misvormingen  van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.

 

De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.

 

 

Het Beoordelingspanel

Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt.

 

 

Voor de gegevens van een dierenarts bij u in de buurt kunt u bellen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663. Een voorwaarde is dat de hond een NHSB nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adres gegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom of op het registratiebewijs is vermeld.

 

Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn.

 

HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De kosten, verbonden aan de beoordeling bedragen € 30,25 (tarief 2005).

 

De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.

 

Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

 

HD-beoordelingen uit het buitenland

In 1991 is door de Wetenschappelijke Commissie van de Federation Cynologique Internationale besloten dat honden alleen in het land waar zij zijn geregistreerd het officiële HD-onderzoek kunnen ondergaan. Uitslagen uit andere landen worden dan ook niet geregistreerd en bekrachtigd door de aangesloten Kennel Clubs.

 

De Nederlandse Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in aangesloten bij de FCI en beschouwt deze afspraken als bindend. Voor VDH leden is van toepassing dat men gebruik kan maken van dierenartsen in Duitsland die door de SV worden erkend. De uitslag wordt dan door de SV opgeslagen en door de VDH erkend.

 

Indien de hond ten tijde van het HD onderzoek in het desbetreffende land was ingeschreven en woonachtig en dit voor minimaal 1 jaar, kan er wel een uitslag vermeld worden op de stambomen van eventuele nakomelingen.

 

HD-foto

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit  en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.

 

Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.

 

Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

 

De foto wordt 6 weken na de registratiedatum naar de dierenarts verzonden die de foto heeft gemaakt. U krijgt uw foto dus via uw eigen dierenarts retour als u daar prijs op stelt.

 

Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.

Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

 

Nederlandse Normering

 

 HD - 

  HD A   

 HD + c  

  HD B

 HD ±

  HD C 

 HD +

  HD D

 HD ++

  HD E  

 

 

F.C.I.-beoordeling

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.

 

De beoordeling van onderdelen

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

 

Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden".

 

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.

 

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet  zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.

 

Op het certificaat wordt dit duidelijk gemaakt door het vermelden van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen".

 

Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

 

De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

 

 

De Norbergwaarde

Van beide heupkoppen (1) wordt het  middelpunt bepaald en deze  middelpunten worden  verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
 

 

 

HD-beoordeling

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

 

Herbeoordeling

Als u het niet eens bent met het beoordelings resultaat dan kunt u binnen 6 weken na registratie datum een herbeoordeling aanvragen. De kosten hiervan zijn € 42,45 (tarief 2005).

 

Zodra wij uw betaling binnen hebben, zal de foto aan een onafhankelijke deskundige worden voorgelegd. Procedureel is vastgelegd dat de herbeoordeling plaats vindt op basis van de set röntgenfoto's die reeds bij de afdeling GGW aanwezig is.

 

Voor de goede orde moeten wij u erop wijzen dat de beoordeling en interpretatie van röntgenfoto's veterinair een specifieke taak is. De Raad van Beheer, afdeling GGW, vraagt daarom het oordeel van een onafhankelijke radioloog, die ingeschreven staat in het specialistenregister van de KNMvD en die geen deel uitmaakt van het GGW-panel.

 

De afdeling GGW zal de bezwaarprocedure coördineren. Zij zal er zorg voor dragen dat de foto van uw hond aan de deskundige worden voorgelegd.

 

Wij moeten u erop wijzen dat de afdeling GGW de uitslag van de deskundige, ongeacht het resultaat, in haar registratie zal opnemen. Bij een gewijzigde uitslag krijgt u naast een schriftelijke bevestiging van de uitslag van de herkeuring tevens een nieuw certificaat thuisgestuurd.

 

Indien mocht blijken dat de uitslag beter uitvalt ten aanzien van de Nederlandse eindbeoordeling (HD A, HD B, HD C, HD D en HD E) dan zal € 42,45 (-/- €10,- administratiekosten) aan u worden teruggestort.

(bron: Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland.)

 

Elleboogdysplasie

 

Elleboogdysplasie-onderzoek bij de hond

 

Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie-onderzoek richt zich op 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht, die echter alle op den duur tot deformatie van het gewricht en kreupelheid kunnen leiden.

 

Het zijn ontwikkelingsstoornissen van met name het kraakbeen in gewrichten die onder invloed van erfelijke en andere factoren ontstaan. Sommige honden kunnen hiervan op jonge leeftijd reeds ernstige problemen ondervinden. Bij andere zullen pas op latere leeftijd de ernstige misvormingen in het gewricht aanleiding zijn tot kreupelheid.

 

Het onderzoek is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen. Omdat de oorzakelijke redenen per ras kunnen verschillen, zal ook het aantal vereiste röntgenopnamen per ras verschillend kunnen zijn.

 

Het Beoordelingspanel

Een van de taken van het ED-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de ellebooggewrichten van honden.

 

De röntgenfoto's, de zogenaamde ED-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW heeft gesloten worden gemaakt. Voor de gegevens van een dierenarts in uw omgeving kunt u contact opnemen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663.

Een voorwaarde is dat de hond een NHSB nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adres gegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom is vermeld.

 

ED-foto's worden beoordeeld door een panel van drie deskundigen. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de ED-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd.

 

De beoordeling van ED-foto's heeft tot doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over Elleboogdysplasie in hun fokprogramma willen gebruiken.

 

Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden in principe eens in de twee weken beoordeeld. Nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, wordt de uitslag verzonden, tenzij de foto's niet aan de gestelde eisen voldoen.

 

De kosten voor de de beoordeling bedragen € 37,95 (tarief 2005).

 

ED-foto´s

Voor een goede beoordeling van de ellebooggewrichten op artrose zijn twee foto's van de hond van beide ellebogen nodig.

 

Voor een aantal rassen zijn rasspecifieke bepalingen van kracht. Dit wil zeggen dat er sprake is van een diagnose onderzoek. Voor een diagnose onderzoek moeten foto's gemaakt worden in vier richtingen.

 

Dit zijn de rassen:

Labrador Retriever
Golden Retriever
Rottweiler
Berner Sennenhond
Duitse Herdershond
Bordeaux Dog
 

 

Voor beide onderzoeken moet de hond achttien maanden oud zijn.

Voor VDH leden is van toepassing dat men gebruik kan maken van dierenartsen in Duitsland die door de SV worden erkend. De minimum leeftijd is hier 12 maanden. De uitslag wordt dan door de SV opgeslagen en door de VDH erkend.

 

Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit  en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto's heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert  met een verzoek om nieuwe röntgenfoto’s te maken.

 

Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto's verzonden. Ook de eigenaar krijgt hieromtrent bericht. De dierenarts wordt geacht contact op te nemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van nieuwe ED-foto's. Het beoordelen van deze nieuwe foto's wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

 

De uitslag

Het ED-panel zal haar eindoordeel t.a.v. de elleboogkwaliteit beschrijven als een van de volgende classificaties:

Vrij
Grensgeval
Graad 1
Graad 2
Graad 3

 

In die gevallen waarin ras- of projectspecifieke bepalingen van toepassing zijn, zal het panel zo mogelijk tevens een uitspraak doen over het achterliggende ziekteproces.

 

ED-beoordeling

De artrose-beoordeling wordt uitgevoerd vlgs de internationale normen bepaald door de "International Elbow Working Group". De definitieve artroseclassificatie zal gelijk zijn aan de artrose-beoordeling van de slechtste van de beide ellebooggewrichten.

 

Bij het ED-onderzoek zal onderscheid worden gemaakt tussen rassen die op grond van internationale publicaties een verhoogd risico lopen. Bij deze rassen worden vier foto's per elleboog gevraagd. Bij de overige rassen zijn twee foto's per elleboog voorlopig voldoende.

Welke rassen dit zijn, is na te vragen bij de dierenarts, bij uw rasvereniging of bij de Raad van Beheer, afdeling GGW.

 

De beoordeling van de onderdelen

De term "Elleboogdysplasie" wordt gebruikt, wanneer een of meer van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:

  1. OCD (Osteochondritis dissecans, loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm)
  2. LPC (Los processus coronoïdeus, loslaten van een stukje bot van de ellepijp)
  3. LPA (Los proc.anconeus , loslaten van een stuk bot op een andere plaats van de ellepijp)
  4. Incongruentie (een niet goed "passend" gewricht door een te lange of te korte ellepijp ten opzichte van het spaakbeen).

 

Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot "artrose". Onder artrose wordt verstaan veranderingen van een gewricht (botreactie's) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn (kreupele stappen net na het opstaan), "er doorheen lopen" (dus beter lopen na enige tijd) en een terugval na veel inspanning.

 

Behandeling

De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geïndiceerd.

 

Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten (bij OCD, LPA en LPC) uit het gewricht worden verwijderd terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd.

 

Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. Er is niet aangetoond dat er middelen zijn waarmee artrose kan worden verholpen. Wel kunnen door het opleggen van gedragsregels en door het gebruik van pijnstillers de klachten worden verminderd.

 

Herbeoordeling

Als u het niet eens bent met het beoordelings resultaat dan kunt u binnen 6 weken na registratie datum een herbeoordeling aanvragen. De kosten hiervan zijn €42,45 (Tarief 2005).

 

Zodra wij uw betaling binnen hebben, zal de foto aan een onafhankelijke deskundige worden voorgelegd. Procedureel is vastgelegd dat de herbeoordeling plaats vindt op basis van de set röntgenfoto's die reeds bij de afdeling GGW aanwezig is.

 

Voor de goede orde moeten wij u erop wijzen dat de beoordeling en interpretatie van röntgenfoto's veterinair een specifieke taak is. De Raad van Beheer, afdeling GGW, vraagt daarom het oordeel van een onafhankelijke radioloog, die ingeschreven staat in het specialistenregister van de KNMvD en geen deel uitmaakt van het GGW-panel.

 

De afdeling GGW zal de bezwaarprocedure coördineren. Zij zal er zorg voor dragen dat de foto's van uw hond aan de deskundige worden voorgelegd.

 

Wij moeten u erop wijzen dat de afdeling GGW de uitslag van de deskundige, ongeacht het resultaat, in haar registratie zal opnemen. Bij een gewijzigde uitslag krijgt u naast een schriftelijke bevestiging van de uitslag van de herkeuring tevens een nieuw certificaat thuisgestuurd.

 

Indien mocht blijken dat de uitslag beter uitvalt ten aanzien van de Nederlandse eindbeoordeling (Vrij, Grensgeval, Graad 1, Graad 2 of Graad 3) dan zal €42,45 (-/- €10,- administratiekosten) aan u worden teruggestort

 

Het herhalen van ED-onderzoek

In het algemeen behoeft de hond dit onderzoek  eenmaal in het leven te ondergaan. In sommige gevallen is het gewenst dat het onderzoek 1 jaar later herhaald wordt. Dit kan ook als de eigenaar hier prijs op stelt. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

 

Elleboogdysplasie en fokkerij

In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de ellebogen hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen.

 

Rapportage

Uitslagen van het ED-onderzoek worden toegestuurd aan rasverenigingen die een overeenkomst met GGW zijn aangegaan. Een consequentie hiervan is dat de uitslagen openbaar moeten zijn, zowel voor de leden van de rasvereniging als voor derden. GGW registreert geen namen van eigenaren en deze worden bij rapportage dan ook niet vermeld.

 

Uw hond en ED

Eigenaren van honden waarvan officieel ED-foto's zijn gemaakt vragen de dierenarts die de foto's gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de ellebogen. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts beter is dan de uiteindelijke  uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond. Het ED-panel adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de ellebogen.

 

Van honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar  die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden in welke mate ze later problemen kunnen krijgen.Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond.

 

Het is wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de ellebogen wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.

 

 

 

 

DNA

Tot voor kort werden door de Verein fuer Deutsche Schaeferhunde (S.V)  en haar Zuchtbuchambt in Augsburg uitsluitend Duitse dierenartsen toegelaten als  contractspartner (Vertragstierartz). Dierenartsen in Nederland werden niet als contractspartner toegelaten. Dit betekende dat Nederlanders onderzoeken  van de SV voor HD en ED onder verantwoording van een bevoegde Duitse arts moesten laten doen.  Vele VDH leden moesten  naar Duitsland om hun honden te laten rontgen. Tenminste als men koos voor de Duitse uitslagen en de resultaten van het HD-onderzoek wilde laten registreren in de Duitse Databank.  Alleen dan komen de gegevens in aanmerking voor fokwaardeschatting –Zuchtwertschatzung- via de databank van S.V. Genetics.

Overleg op hoog niveau

In augustus 2003 kwamen  in Ulm (BRD) een delegatie van VDH hoofdbestuur en CBK (Commissie Bijstand Kynologie)  in overleg bijeen met een delegatie van hoofdbestuur en Hauptgeschaftstelle van de S.V. Bij dit overleg waren als adviseurs ook aanwezig Prof. Dr. Brass (expert orthopedie en HD) en drs. Prins en ir. Gubbels,  destijds leden van de sectie Gezondheid, Gedrag en Welzijn van de Raad van  Beheer  op Kynologisch Gebied. Het VDH Hoofdbestuur is een groot voorstander van ėėn internationaal gegevensbestand voor erfelijk zieken en DNA opslag van ALLE Duitse Herdershonden in Europa. Uitsluitend dan kunnen  erfelijke afwijkingen  effectief  populatiebreed bestreden worden. De S.V. heeft het grootste databestand ter wereld in de opslag van gegevens van HD/ED en DNA van Duitse Herdershonden. Het VDH hoofdbestuur wenst dat gegevens van heupen, ellebogen en DNA  van Nederlandse DH  in dit databestand worden opgenomen zodat de Nederlandse honden  ook volwaardig kunnen deelnemen aan de fokwaardeschatting en het databeheer van DNA. Volgens de bestaande regeling waren uitsluitend Duitse artsen bevoegd deze onderzoeken in opdracht van de S.V. te doen. Nederlanders moesten dus met hun Nederlandse honden naar een bevoegde Duitse arts. De Federation Cynologique International  hanteerde de regel dat onderzoeken in het eigen land moesten worden gedaan.  Hoewel veel Nederlanders hun honden  in Duitsland lieten onderzoeken werden en worden ook veel Duitse Herdershonden in Nederland onderzocht en beoordeeld. Deze Nederlandse resultaten worden  internationaal geaccepteerd maar de Nederlandse onderzoeken hebben echter geen toegang tot de databank van de S.V. Dit laatste was voor het VDH hoofdbestuur onverteerbaar. Immers het gegevensbestand van de SV bevatte data van honderden duizenden Duitse Herdershonden en de Nederlandse fokkerij is zeer sterk verweven met de Duitse fokkerij. Op deze manier kan van een effectief populatiegerichte genetische selectie geen sprake zijn en juist dat is noodzakelijk om verdere verbeteringen in de bestrijding van HD en ED te krijgen. Bovendien als Nederlanders afhankelijk zijn van het Duitse onderzoek en van de medewerking van Duitse artsen dan werkt dit kostenverhogend. Voor onze Nederlandse VDH leden zou dus ook van een kostenbesparing sprake kunnen zijn. Zeker als men  onderzoek van HD/ED en vastleggen DNA in ėėn dierenartsbezoek  zou kunnen combineren IN NEDERLAND.

Nieuwe inzichten
Dankzij de adviezen van genetici zijn er nieuwe inzichten ontstaan op het gebied van bestrijding van erfelijke ziekten. Een erfelijke kwaal die veel voorkomt  en polygenetisch  van aard is moet men populatiebreed bestrijden. Daarom is nationaal denken zinloos. Een populatie van een ras houdt zich niet aan grenzen. Vooral de Duitse Herdershonden in Nederland zijn sterk verwant met de Duitse populatie. Vandaar dat het nieuwe inzicht is dat er per rashondenpopulatie ėėn internationaal gegevensbestand moet zijn. Vanzelfsprekend komt voor de DH daarvoor het databestand van de SV in aanmerking. Vandaar dat de VDH een groot voorstander is dat alle gezondheidsonderzoeken zoals röntgenonderzoek van heupen, ellebogen en DNA-vastlegging, opgeslagen wordt in dit databestand. Maar dan zouden deze onderzoeken ook in Nederland door Nederlandse dierenartsen mogelijk moeten zijn!

Doorbraak

In Ulm  (BRD)  augustus 2003 kwam het tot een doorbraak. VDH en SV spraken af dat in principe Nederlandse dierenartsen als bevoegde contractpartners door de S.V. konden worden geaccepteerd.  Na een proefperiode  zal men een en ander evalueren.  Hiertoe zullen de contractsvoorwaarden  van de SV in samenwerking  met VDH geherformuleerd moeten worden zodat  Nederlandse dierenartsen als contractspartner kunnen toetreden.  Indien een Nederlandse dierenarts met de SV en VDH aan de voorwaarden voldoet en dit contract sluit dan geldt hij als bevoegd Vertragstierartz van de S.V. De onderzoeken bij deze arts worden dan ingestuurd  naar Duitsland. Dit betekent dat de heupen beoordeeld worden onder toezicht van Prof.dr. Brass (Tierartzliche Hochschule Hannover) en de ellebogen door Dr. Telhelm (Universitat Giessen) .Het DNA  wordt vastgesteld door een laboratorium in  Heidelberg. De Nederlandse dierenartsen moeten nauwgezet de Duitse  protocollen bij het onderzoek volgen. Resultaat is dat deze onderzoekresultaten worden opgeslagen in de databank van de S.V. Dus ėėn internationaal gegevensbestand voor Duitse Herdershonden.  De opslag  van de gegevens in dit bestand heeft op zich zelf al een enorme meerwaarde.

Administratie door de SV

De administratie van de onderzoeksresultaten gebeurt door de S.V. De klant betaalt de dierenarts voor zijn diensten en krijgt van de SV bericht. Na betaling aan de SV worden de resultaten  bij voorkeur gestempeld op het Certificaat van fokniveau van de rasvereniging of in het rashondenlogboek. Het onderzoek via de SV is zowel mogelijk voor leden als niet-leden van de rasvereniging.  De procedure is gelijk aan hetgeen gebruikelijk is bij  röntgen in Duitsland .

Keuze voor eerste onderzoek is bindend

Tot op heden hanteerde de VDH de regel dat zij onderzoeksresultaten van universiteiten onder de nomenclatuur van de FCI erkende. Indien er meerdere onderzoeksresultaten  waren dan beschouwde de rasvereniging het laatste resultaat als bindend. Dit geldt vanaf 2004 niet meer. De regel wordt dat de keuze van het EERSTE ONDERZOEK van de hond alles bepalend is. De eigenaar beslist in welk land –b.v. Nederland of Duitsland- hij zijn hond laat onderzoeken. Maar de  eerste keuze is definitief. Valt het resultaat tegen dan wordt een later behaald resultaat in een ander land niet meer geaccepteerd. Kan men zich niet vereenzelvigen met de uitslag dan zal men de beroepsregels moeten volgen van het land waar men het eerste onderzoek heeft gedaan.  Shoppen met uitslagen is dus niet meer toegestaan.  Via de computerbestanden zal dit namelijk direct zichtbaar worden.

Inventarisatie Nederlandse Honden (NHSB)

De onderzoeksresultaten –HD; ED; DNA- worden om de drie maanden door de SV apart geïnventariseerd en  in een bestand aan de VDH geleverd. Hierbij zal men er voor zorgen dat dit gegevensbestand ook doorgegeven wordt aan de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. De SV en VDH zullen constant zorgen voor up-dates. Hierdoor zijn ook bij de stamboekorganisatie in Nederland alle gegevens van de Nederlandse Duitse Herdershonden bekend.

Proefperiode

Tussen de SV en VDH is overeengekomen dat in een proefperiode voorlopig met drie Nederlandse dierenartsen verspreid over Nederland een contract wordt afgesloten.  Zolang deze proefperiode niet  geëvalueerd is zal men geen uitbreiding toestaan.

CONTRACTDIERENARTSEN VAN DE SV/ VDH   IN NEDERLAND ZIJN:

Voorlopig  bevoegd voor het röntgen voor Heupdysplasie, Ellebogendysplasie en afname DNA voor de Verein fuer Deutsche Schaeferhunde (SV) in Duitsland met  toegang tot het  DATABESTAND SV GENETICS zijn:

Diergeneeskundig Centrum Nunspeet
Zwolsewegje 16
8071 RX Nunspeet.
Tel: 0341-252353

D.A.P Bodegraven
Zuidzijde 63
2411 RT Bodegraven
Tel: 0172-613798

Kliniek voor gezelschapsdieren de Rashof
Bosscheweg 110
5056 KD  Berkel-Enschot
Tel: 013-5400215

Het VDH Hoofdbestuur  adviseert alle Duitse Herdershonden in Nederland door een zelfde internationale instantie te laten beoordelen zodat alle gegevens worden opgeslagen in een zelfde internationaal databestand. Dit  is een enorme stap voorwaarts  in de bestrijding van erfelijke problemen en is nu ook mogelijk in Nederland.

HOOFDBESTUUR VDH.

 

 

 

 

 

 

 

Coronavirus

Coronavirus
Classificatie
Groep: Groep IV ((+)ssRNA)
Orde: Nidovirales
Familie: Coronaviridae
Geslacht
Coronavirus

Coronavirussen zijn de virussen die behoren tot de familie der Coronaviridae, die in de orde der Nidovirales thuishoren. Hun nucleuse materiaal is postief-gevoelig enkel-strengend RNA  Coronavirussen zijn naast rhinovirussen hoogstwaarschijnlijk de veroorzakers van een groot percentage van alle gewone verkoudheid bij volwassenen. Zij veroorzaken, over het algemeen in de winter en vroeg in de lente, verkoudheid. Van de ruim 30 geïsoleerde afstammelingen (strains), zijn er 3 of 4 die mensen kunnen infecteren. Het belangrijke van coronavirussen als reactieve stof is moeilijk te evalueren omdat ze moeilijk te kweken zijn in een laboratorium

In 2003 volgde de uitbraak van SARS in Azie en twee gevallen elders in de wereld. De  WHO gaf aan journalisten een verslag, waarin staat dat SARS wordt veroorzaakt door een coronavirus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wormen bij de hond

Tom Nagels, DVM

In aansluiting op de algemene bespiegeling over wormen lees je hieronder meer over wormen die specifiek bij honden voorkomen. Naast diegene die we het meest aantreffen in onze streken wordt ook de aandacht gevestigd op enkele exoten waar je mee te maken kan krijgen als je hond meegaat naar het buitenland of er één van daar meebrengt.

Belang en voorkomen van wormen bij honden

Wormsoort Pups <6w
 
Jonge honden Teven
(drachtig)
Teven
(niet drachtig)
Reu
Spoelwormen ++++ +++ +++* ± ±
Haakwormen ++ ++ + + +
Zweepwormen 0 ± + + +
Lintwormen 0 ± +/++ +/++ +/++
Giardia          

++++: zeer frequent (> 50%) en schadelijk
+++: frequent (20-50%)
++: minder frequent (5-20%)
+: occasioneel (< 5%)
± : uitzonderlijk
0: niet aanwezig
*: 'reserve' wormen (zie tekst)
bron: janssen animal health
 

Pups ontwormen vanaf 2 weken leeftijd en daarna op 5, 8, 12, 20, 28 en 34 weken.
Vervolgens reuen tot de leeftijd van 3 jaar minimaal 4 keer per jaar ontwormen.

Spoelwormen

Spoelwormen hebben zoals alle rondwormen een rond lichaam en zijn ofwel vrouwelijk ofwel mannelijk. Het zijn typische darmparasieten.

Toxocara canis, de hondenspoelworm

Gastheer hond, vos, wolf, dingo, ...
Tussengastheer geen, wel paratenische gastheren mogelijk (muizen,...)
Besmetting oraal, baarmoederlijk en moedermelk
Lokalisatie volw. wormen in dundarm
larven in lever en long
reservelarven in organen, spieren,...
Risicogroep meest algemene worm bij honden
pups: tot >95% besmet
jong volwassen: 50 - 80% besmet
volwassen: niet tot 50% besmet
Schade pups: matig tot erg
volwassen: mild, allergie (?)
 
Afmetingen 9 - 17 cm
 

Inwendige cyclus. Larven uit oraal opgenomen eieren migreren vanuit de darm naar lever -> hart -> long -> luchtpijp, worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte volwassen te worden in de dunne darm en eitjes te produceren. Dit duurt ongeveer 1 maand. Een ander deel kapselt zich onderweg in en vormt een reserve van waaruit regelmatig larven vrijkomen om hun tocht naar de darm verder te zetten. Bij drachtige teven komen deze reservelarven massaal vrij en besmetten de pups vanaf de 42ste dag van de dracht reeds in de baarmoeder. De larven wachten in de lever van de foetus tot na de geboorte waarna ze hun reis via hart-long naar de darm aanvatten. Pups worden ook nog eens de eerste 3 weken van de zoogperiode besmet via de moedermelk maar dit is van ondergeschikt belang in vergelijking tot de baarmoederlijke besmetting (5% vs. 95%).

Symptomen. De klachten zijn afhankelijk van de leeftijd van het dier en de besmettingsgraad.

bulletPups. De letsels die de larven achterlaten op hun tocht kunnen vooral ernstig zijn voor pasgeboren pups. Zo is longontsteking tgv massale migratie de belangrijkste doodsoorzaak bij pups 2 - 3 dagen na de geboorte. Pups die de eerste faze van een zware besmetting overleven, sterven dikwijls toch nog t.g.v. maagdarmproblemen en de daarmee gepaard gaande vermagering en verzwakking. Lichte tot matige besmetting bij pups leidt tot groeivertraging, een dik buikje, af en toe wat diarree, braken, soms koorts, bloedarmoede en zenuwstoornissen.
bulletOudere honden. Naast de migratieletsels in de verschillende inwendige organen, kan een zwaardere besmetting allergische processen in gang zetten vooral t.h.v. de darm. Lichte tot matige infecties zijn zelden een probleem, maar vormen wel een besmettingsbron voor anderen.

Wist je dat

bulletmannelijke wormen tot 9 cm worden, en vrouwelijke wel tot 17 cm;
bulleteen worm gemiddeld 4 maanden leeft;
bulletde vrouwtjes tot 200.000 eieren per dag produceren;
bulletbij een zware besmetting (>200 wormen) dagelijks tot 15 miljoen eitjes uitgescheiden worden in de buitenwereld;
bullethet in optimale omstandigheden (25-30°C, 95% vocht) slechts 9 - 15 dagen duurt eer de eitjes een larve bevatten, klaar voor infectie;
bulletdeze larven tot 3 jaar in de buitenwereld kunnen overleven en zeer weerstandig zijn aan het klimaat en aan klassieke ontsmettings- en reinigingsmiddelen;
bulletde 'reservelarven' van teefjes afkomstig van één enkele besmetting tot 3 drachten kunnen besmetten.
Volwassen Toxocara canis.

Gevaar voor de mens. Indien per ongeluk wormeitjes in de darm van een mens verzeild geraken, zullen de larven die zich hieruit ontwikkelen proberen dezelfde reis als bij honden af te leggen. Dit zou nog niet zo erg zijn, moest het gevaar niet bestaan dat ze hun weg kwijt geraken en op plaatsen in lichaam terechtkomen waar ze veel schade berokkenen, bvb. het oog. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als het 'larva migrans syndroom'. Zandbakken waar ook veel honden komen (en ontlasten) vormen een concreet gevaar voor kinderen.

Ontworming. Uit het bovenstaande kan je afleiden dat

bulletvroege en regelmatige ontworming van pups (week 2/4/6/8) noodzakelijk is;
bulletteven vlak vóór de dekking, 2 weken vóór de geboorte en na de geboorte samen met de pups behandeld moeten worden;
bullethonden die regelmatig buiten komen, ook regelmatig ontwormd moeten worden;
bulletin kennels een strikte hygiëne belangrijk is.

Dit komt in praktijk overeen met de richtlijnen gegeven in het algemeen ontwormingsschema van honden, zie 'Wormen'.

 

Toxascaris leonina

Deze spoelworm kan zowel bij katten als bij honden voorkomen en ze kunnen elkaar dus ook besmetten hoewel infectie in de praktijk vaker bij honden wordt gezien. Dit is de minst ziekteverwekkende spoelworm bij carnivoren en wel om volgende redenen:

bulleter is geen baarmoederlijke infectie mogelijk. De cyclus geschiedt steeds via tussengastheren (muizen,..) en orale opname van infectieuze eieren;
bulleter is geen migratie doorheen het lichaam: larven en wormen beperken zich tot de darm;
bulletde besmettingsgraad is zelden groot genoeg om symptomen te veroorzaken.

Een routinematige ontworming is afdoende.

 

Zweepwormen

Bij deze rondwormen is het vooreinde vele malen dunner dan het achtereinde. De deel met de kop ziet er dus uit als een zweep. Bij de hond komt er één soort voor.

Trichuris vulpis, de zweep- of kennelworm

Microscopisch beeld wormei van Trichuris vulpis.
Gastheer hond,vos
Tussengastheer geen
Besmetting oraal
Lokalisatie dikdarm en blinde darm, soms in rectum en achterste deel dundarm
Risicogroep relatief zeldzaam bij de huishand
frequent in kennels (tot 80%)
alle leeftijden
 
Schade pups: matig tot erg
volwassen: mild, allergie (?)
 
Afmetingen 4 - 8 cm
 

Inwendige cyclus. Opgelikte wormeitjes ontwikkelen in de dikdarm tot volwassen wormen in 2 tot 3 maanden tijd. Ze boren zich met het smalle deel in het darmslijmvlies waar ze zich voeden met bloed. De wormeieren worden uitgescheiden met de stoelgang.

Symptomen. Vaak zijn er maar enkele wormen aanwezig wat goed verdragen wordt, met hoogstens wat weerkerende diarree. Massale besmetting van honderden tot duizenden wormen veroorzaakt echter bloedarmoede, bloederige diarree en vermagering. Voor jonge dieren kan dergelijke infectie fataal aflopen.

Ontworming. Niet alle produkten zijn actief tegenover Trichuris. En diegene die dat wel zijn dikwijls pas na een behandeling van meerdere dagen.
In kennels kan de infectie zeer hardnekkig zijn. Vooral een goede hygiëne is van belang. Eens de eieren een eerste ontwikkeling voltooid hebben kunnen ze jaren in de buitenwereld overleven, slechts weinig ontsmettingsmiddelen zijn aktief tegenover deze eieren. Hiertoe hebben ze echter warmte en vocht nodig, een hondendrol is m.a.w. ideaal. Dit kan men verhinderen door

bulletde uitwerpselen dagelijks uit de hokken te verwijderen;
bulletgave, makkelijk te reinigen vloeren te voorzien;
bullette reinigen met stoom onder hoge-druk;
bulletom de 2 - 3 m alle honden (geen immuniteitsopbouw) routinematig te ontwormen.

 

Haakwormen

Haakwormen danken hun naam aan het terugplooien van het kopuiteinde waardoor ze het uitzicht van een haak hebben. Ze zijn eerder klein en hebben snijdende monddelen of tanden waarmee ze zich vasthaken aan de darmwand. De eitjes ontwikkelen in de de buitenwereld tot larven die oraal opgenomen worden of door de huid van hun gastheer dringen (percutane besmetting) en pas na een reis door het lichaam in de darm belanden.

Uncinaria stenocephala, de noorderlijke haakworm

Microscopisch beeld wormei van Uncinaria stenocephala.
Gastheer hond, vos
Tussengastheer geen
Besmetting oraal, (percutaan: zeldzaam)
Lokalisatie dunne darm
Risicogroep aangepast aan onze streken, (tot zelfs op de noordpool)
stads- en zwerfhonden: weinig
kennels, jachthonden, plattelands-honden: frequent
 
Schade mild
 
Afmetingen 0.5 - 1 cm
 

Inwendig cyclus. Eens in de darm ontwikkelen de larven zich tot volwassen wormen waar ze zich voeden met darmweefsel. Bevuchte vrouwelijke wormen produceren ongeveer 14 dagen na de besmetting eitjes die met de stoelgang uitgescheiden worden.

Symptomen. De veroorzaakte darmletsels zijn licht. Zelfs zwaardere infecties bij jonge honden leiden hoogstens tot een voorbijgaande diarree. De huidbeschadiging na percutane besmetting is zelden van belang.

Ontworming. Een routinematige ontworming is afdoende.

 

Ancylostoma caninum, de zuiderelijke haakworm

Uitvergroting kopuiteinde Ancylostoma. Bemerk de rij tanden waarmee de worm zich vasthaakt.
Gastheer hond, vos e.a. wilde carnivoren
Tussengastheer geen, wel paratenische gastheren zoals knaagdieren
Besmetting percutaan, moedermelk, (baarmoederlijk)
Lokalisatie dunne darm
Risicogroep frequent in warmere streken van Europa
 
Schade pups: erg
volwassen: mild
 
Afmetingen 1 - 2 cm
 

Inwendige cyclus. Dit is één van de meest schadelijke wormsoorten bij de hond. De larven dringen via de huid binnen (vooral langs de onderkant van de poten) en vinden hun weg via hart -> long -> luchtpijp -> slokdarm naar de dunne darm waar ze zich met bloed en darmweefsel voeden. Op hun reis kapselen sommige larven zich onderweg en geven bij drachtige teefjes aanleiding tot besmetting van de pups.

Symptomen. Larven en wormen beschadigen huid, darm en longen. Vanaf een bepaalde leeftijd bouwen honden een zekere immuniteit op maar een infectie bij pups en jonge hondjes eindigt niet zelden fataal.

bulletHuid: penetrerende larven veroorzaken vooral t.h.v. de voetzolen jeuk en roodheid, bacteriële complicatie kan het probleem vergeren met aantasting van de gehele voet.
bulletLong: het binnendringen van de long gaat gepaard met eerder milde letsels, zelfs bij zware infecties.
bulletDarm: hier zijn de letsels diep en bloederig. Zware of chronische infecties gepaard gaan met bloedarmoede, vermageren en verlies van eetlust. Bij pups is een slijmerige donkere diarree samen met bloedarmoede zeer verdacht voor Ancylostoma-infectie.

Wist je dat

bulletpups met vele honderden wormen besmet kunnen zijn;
bulletiedere worm dagelijks tot 6 darmletsels veroorzaakt;
bulletdit gepaard gaat met een bloedverlies van 0.25 ml;
bulletde wormen zo verspilzuchtig zijn dat ze 90% van het opgezogen bloed niet verteren;
bulletvrouwelijke wormen tot meer dan 25.000 eitjes per dag produceren.

Gevaar voor de mens. Percutane infectie met Europese haakwormen bij de mens is zeer zeldaam. (sub)tropische soorten zoals Ancylostoma brasiliense zijn hiertoe wel in staat.

Ontworming. De meeste wormafdrijvende geneesmiddelen zijn effectief. Pups met risico op besmetting behandelen op week 1/2/3/4/5/6/8/10/12. Preventieve behandeling is aan te raden na of tijdens een reis met de hond in warme streken of na import van een pup of volwassen honden. Ernstige infecties behoeven professionele verzorging.
In kennels reduceren hokken met een betonnen vloer het risico aanzienlijk. Larven overleven de meeste ontsmettingsmiddelen (javel, Dettol®, zout,...) niet.

 

Lintwormen

Typisch voor lintwormen is het afgeplatte lichaam dat opgedeeld is in stukjes (proglottiden). Elk van deze stukjes is een voortplantingsfabriek die éénmaal rijp vol met wormeitjes zitten en in hun geheel afgestoten worden en vervolgens met de uitwerpselen uitgescheiden. Het hoofd van de worm blijft vastzitten aan het darmslijmvlies maar voedt zich enkel met darminhoud, niet met bloed of darmweefsel. Ze veroorzaken dan ook slechts minimale letsels. Hun cyclus verloopt steeds via een tussengastheer. Ze kunnen over het algemeen héél lang worden.

Dipylidium caninum

Dipylidium caninum. Links het fijne kopuiteinde, rechts de rijpe proglottiden. (Foto: DPDx Image Library www.dpd.cdc.gov)
Gastheer hond, kat, vos, mens
Tussengastheer vlooien, luizen (wormcysten)
Besmetting toevallig opeten van een geïnfecteerde vlo of luis, NIET via beten
Lokalisatie laatste deel dunne darm
Risicogroep succes van de worm hangt samen met dat van de vlo (vnl voorjaar - zomer)
 
Schade pups: matig indien massale besmetting
volwassen: weinig of geen
 
Afmetingen 20 - 80 cm
 

Inwendige cyclus. In de darm ontpopt de wormcyste zich tot volwassen worm en hecht zich vast aan het darmslijmvlies. 3 weken later komen de eerste proglottiden te voorschijn.

Symptomen. Klinisch van geen belang maar de rijstkorrelgrote proglottiden kruipen uit eigen beweging uit de anus wat enorm jeukt waardoor het dier voortdurend op zijn achterste rijdt. Enkel bij massale besmetting (honderden) kan de gastheer te kort gedaan worden aan voedingsstoffen en vermageren.

Wist je dat

bulletde wormen 20 tot 80 cm lang worden;
bullet1 vlo tot 60 wormcysten kan herbergen.

Gevaar voor de mens. Vooral kleine kinderen (<5j) die alles nog in hun mond steken kunnen per abuis wel eens een vlo binnenspelen. Omdat de worm zich strikt beperkt tot de darm en geen reis door het lichaam maakt is er eigenlijk geen gevaar, maar niemand loopt graag met een beest in zijn buiik rond. Opname van wormeitjes kan geen kwaad, ze overleven het maagzuur niet.

Ontworming. Niet alle ontwormingsprodukten doden Dipylidium af. Bovendien kunnen door de korte inwendige cyclus van 3 weken de dieren zich makkelijk herbesmetten. Na een eerste ontworming is een tweede één maand later aan te raden. Uiteraard is een gelijktijdige behandeling tegen vlooien noodzakelijk, evenals een grondige reininging van de rustplaatsen van de dieren.

 

Taenia soorten

Kop van Taenia pisiformis met hakenkrans en zuignappen.
Gastheer hond, vos en andere wilde carnivoren
Tussengastheer T.pisiformis: hazen en konijnen
T. hydatigena: herkauwers en varken
(cysten in vlees)
Besmetting opeten van besmet vlees
Lokalisatie laatste deel dunne darm
Risicogroep frequent bij jachthonden en honden die toegang hebben tot kadavers of ongekeurd slachtafval
 
Schade weinig
 
Afmetingen 50 cm - 5 m!
 

Inwendige cyclus. De wormcysten ontplooien zich in de dunne darm tot volwassen wormen waar ze zich vasthechten met haken en zuignappen.

Symptomen. Enkel een zware infectie kan darmontsteking veroorzaken met krampen, diarree, wisselende eetlust en vermagering of groeivertraging. Een enkele keer obstrueren de wormen de darm.
In feite gaat de echte dreiging uit naar de tussengastheren waarvan het vlees gedeeltelijk kan afgekeurd worden voor menselijke consumptie; schapen kunnen sterven aan leverontsteking.

Wist je dat

bulletde wormen over het algemeen heel lang worden, Taenia hydatigena zefs tot 5 m;
bulletelke proglottis tienduizenden eieren bevat;
bulletde meeste Taenia soorten 1 tot 3 proglottiden per dag lossen.

Ontworming. Ook deze wormen vereisen specifieke ontwormingsmiddelen. Het is raadzaam geen ongekeurd slachtafval te voeren.

 

Giardia

 

Giardia
bulletGiardia  is een eencellige parasiet (protozo) die voorkomt bij zoogdieren, ook bij de mens.
bulletDe parasiet leeft in de dunne darm. Hij hecht zich met behulp van tentakels aan het slijmvlies. Hierdoor raakt de darm aan de oppervlakte beschadigd, waardoor de vertering en de opname van voedingsstoffen niet meer optimaal verlopen.
bulletDoor deze slechte vertering ontstaat diarree
 
Ziektebeeld (giardiase)
bulletGiardia-infecties verlopen vaak zonder symptomen.
bulletKlinische giardiase komt vooral voor bij jonge en verzwakte dieren. En wordt gekenmerkt door telkens terugkerende diarree.
bulletDaarnaast is er sprake van slechte voedselverwerking, gewichtsverlies en verminderde vitaliteit. De eetlust blijft echter bijna altijd behouden.
bulletVolwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel periodiek eitjes uit en kunnen hierdoor andere dieren besmetten.  
Besmetting met Giardia
bulletBesmetting met Giardia ontstaat door opname van eitjes.
bulletDeze eitjes bevinden zich in uitwerpselen van met Giardia bemette dieren.
bulletIn de darmen komen de parasieten vrij uit ingeslikte eitjes.
bulletParasieten hechten zich aan het slijmvlies van de darmwand en produceren nieuwe eitjes.
bulletDeze eitjes worden met de ontlasting uitgescheiden en zijn een direct besmettingsgevaar voor andere dieren.   
Diagnose
bulletDe diagnose kan worden bevestigd door het aantonen van de parasiet in ontlasting.
bulletHet is niet altijd eenvoudig om de diagnose te stellen, aangezien een geinfecteerd dier niet continu eitjes uitscheidt.
bulletVraag uw dierenarts om advies.  
Behandeling
bulletDe behandeling van Giardia bij honden bestaat uit een driedaagse kuur met Panacur
bulletDe dosering is 50 mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal daags, gedurende drie opeenvolgende dagen.
bulletLet op: reiniging en desinfectie van vacht, wanden, vloeren, materialen e.d. is essentieel om herbesmetting te voorkomen.  
Preventie
bulletHet is belangrijk dat honden regelmatig (minimaal 4x per jaar) worden behandeld met Panacur
bulletPanacur werkt tegen Giardia, maar ook tegen een groot aantal wormsoorten.
bulletDaarnaast is hygiene het sleutelwoord bij Giardia.  

Hoe ontstaat een besmetting met darmparasieten?

Vanuit de omgeving
Bijna elke hond of kat wordt regelmatig met wormen besmet. Zij worden besmet door spoelwormeitjes uit de omgeving. Deze eitjes komen in de omgeving terecht via de ontlasting van een besmette hond of kat en moeten eerst enkele weken rijpen voordat ze besmettelijk zijn. Besmetting vindt plaats doordat grond met eitjes aan de vacht blijft plakken.
Jonge dieren
Jonge dieren kunnen bovendien op onderstaande manieren besmet raken:
bulletDe infectie kan al voor de geboorte in de baarmoeder ontstaan (pups).
bulletDoor het drinken van, met larven besmette, melk van de moeder kan een pasgeboren dier met wormen worden besmet (pups en kittens).
bulletJonge dieren kunnen ook wormeitjes uit de omgeving (mand, ligplaatsen, tuin, park, etc.) oplikken en zo zichzelf besmetten. 
Besmetting met lintwormen
Het eten van rauw vlees, slachtafval of knaagdieren houdt voor uw huisdier ook een risico op (lint)wormbesmetting in. Bovendien kunnen huisdieren lintwormen krijgen via vlooien. Vlooien kunnen namelijk met lintwormen besmet zijn en doordat huisdieren vlooien oplikken, kunnen ze dus op deze manier ook met lintwormen besmet raken. Zorg daarom dat uw hond of kat ook tegen vlooien wordt beschermd.
Besmetting met Giardia
bulletBesmetting met Giardia ontstaat door opname van eitjes.
bulletDeze eitjes bevinden zich in uitwerpselen van met Giardia bemette dieren.
bulletIn de darmen komen de parasieten vrij uit ingeslikte eitjes.
bulletParasieten hechten zich aan het slijmvlies van de darmwand en produceren nieuwe eitjes.
bulletDeze eitjes worden met de ontlasting uitgescheiden en zijn een direct besmettingsgevaar voor andere dieren.   

Babesiosis

Wat is Babesiosis?

Babesiosis is een ziekte die wordt veroorzaakt door een eencellige bloedparasiet (Babesia Canis). Deze bloedparasiet wordt overgebracht door een bepaalde tekensoort (Dermacentor). Babesiosis komt voor bij honden.

Waar komt Babesiosis voor?

Tot voor kort kwam Babesiosis voor in landen met een warm klimaat. Grofweg ten zuiden van de lijn Parijs-Boedapest. Honden die op vakantie in dit gebied gaan. kunne de ziekte oplopen. Maar de ziekte is nu ook geconstateerd bij honden die niet in het buitenland zijn geweest. Waarschijnlijk hebben honden uit het buitenland de Dermacentor-teken naar Nederland meegenomen. Mogelijk hebben deze teken door de warme zomer van vorig jaar en de milde winter kans gezien te overleven en besmetten zij nu inheemse honden. Dit wordt op dit moment nog onderzocht.

Wat merkt u aan uw hond?

Babesiosis is een zeer ernstige ziekte. Symptomen zijn o.a. lusteloosheid, koorts, verminderde eetlust, geel-bruine slijmvliezen en donkere bruin-rode urine. Indien snel een behandeling wordt ingezet, kan genezing optreden. In onbehandelde gevallen leidt Babesiosis bijna altijd tot het overlijden van de hond.

Is babesiosis besmettelijk voor de mens of andere dieren?

Babesiosis is niet besmettelijk voor de mens. Ook katten zijn ongevoelig voor de ziekte. Er zijn gevallen beschreven van een mildere vorm van Babesiosis bij runderen.

Hoe kan ik Babesiosis voorkomen?

Babesiosis kan op een aantal manieren worden voorkomen.

De belangrijkste stap in de preventie van de ziekte is een goede tekenbestrijding. Teken die op de hond komen doen er enige tijd over om zich vast te zuigen en de ziekte over te brengen. Dit duurt ongeveer 24 uur. Het is dus belangrijk eventuele teken binnen 24 uur te verwijderen. Dit kan door:

* De hond dagelijks te controleren op de aanwezigheid van teken en deze met pincet of tekenhaak te verwijderen

*Het gebruik van een waterbestendige Scalibor-tekenband

* Het regelmatig sprayen of druppelen van de hond met Frontline

 

Zijn tekenbanden en sprays gevaarlijk voor kinderen?

Scalibor-tekenbanden en Frontline-spray of druppels zijn ongevaarlijk voor kinderen en volwassenen.

 

 Ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme is gevaarlijk voor mens en dier. Omdat honden vaak teken meebrengen is het zinvol onderstaand artikel door te lezen.

Waarom noemt men het de ziekte van Lyme?

De ziekte van Lyme is vernoemd naar het stadje Old Lyme in de Verenigde Staten, waar de ziekte in de jaren '70 werd (her)ontdekt en onderzocht.
Eigenlijk is het een verwarrende benaming, alsof ene Dr. Lyme de ziekte zou hebben ontdekt. Maar de ziekte van Lyme is dus niet vernoemd naar een persoon! Vandaar dat de ziekte ook wel Lyme-ziekte of lymeziekte wordt genoemd, vergelijkbaar met het Engelse "Lyme disease". Medici en wetenschappers noemen het vaak Lyme-borreliose of Borreliose, hiermee verwijzend naar de bacterie. In Duitsland noemt men het ook meestal Borreliose. Op het forum is het wel makkelijk om het kortweg Lyme te noemen.

Wat is de ziekte van Lyme?

De ziekte van Lyme is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Borrelia burgdorferi (Bb). Het is een spiraalvormige bacterie die men een spirocheet noemt. In 1981 ontdekte Willy burgdorfer een nieuwe bacterie in teken, een bacterie die behoort tot het geslacht Borrelia. Vandaar dat de bacterie Borrelia burgdorferi heet. Niet lang daarna werd ook aangetoond dat deze bacterie de veroorzaker van de ziekte van Lyme is.

Hoe raakt men geïnfecteerd met de Lyme-bacterie?

De Lyme-bacterie wordt meestal overgedragen door de beet van een geïnfecteerde teek. Teken zijn kleine parasieten die vooral voorkomen in bossen en velden. De teek hecht zich vast in de huid en zuigt zich vol met bloed. Als de teek is geïnfecteerd, dan kunnen de Lyme-bacteriën worden overgedragen naar de mens.
Ook is aangetoond dat een zwangere vrouw die geïnfecteerd is met de Lyme-bacterie, deze kan overdragen op het ongeboren kind.
Andere besmettingswegen die door sommigen worden vermoed, zijn borstvoeding, menselijk en dierlijk contact, bloedzuigende insecten (muggen, vliegen, vlooien), bloedtransfusies en transplantaties, maar deze besmettingswegen zijn (nog) niet wetenschapelijk aangetoond.

Wat zijn de symptomen van de ziekte van Lyme?

Vroege symptomen zijn een rode ring/vlek genaamd erythema migrans (EM), op de plaats van de tekenbeet, griepachtige klachten zoals hoofdpijn, stijve nek, koorts, spierpijnen en vermoeidheid. Deze symptomen kunnen uitblijven.
Later kunnen diverse symptomen ontstaan. De ziekte van Lyme is een multi-systeem ziekte. Het kan leiden tot o.a. neurologische (zenuwstelsel/hersenen), dermatologische (huid), reumatologische (spieren en gewrichten), cardiologische (hart), opthalmologische (ogen) en psychiatrische klachten.

Hoe wordt de diagnose "de ziekte van Lyme" gesteld?

De ziekte van Lyme is een klinische diagnose. Dit betekent dat de arts de diagnose moet stellen op basis van de ziektegeschiedenis en symptomen. Bij het zien van een EM zal de arts de diagnose "ziekte van Lyme" stellen. Zonder een EM is de diagnose moeilijker te stellen. Vaak worden dan testen gebruikt. Deze testen zijn ter ondersteuning van de diagnose. Er kan niet een diagnose gesteld worden op grond van de uitslag van de test alleen. De testen kunnen om verschillende redenen zowel fout positieve als fout negatieve uitslagen geven.

Wat zijn co-infecties?

Teken kunnen behalve Borrelia burgdorferi ook nog drager zijn van andere ziekteverwekkers. Met noemt deze vaak co-infecties. Wereldwijd komen diverse co-infecties voor, waarvan ook enkele in Europa. Welke co-infecties onder teken in Nederland voorkomen en in welke mate is onduidelijk.

Kunnen huisdieren ook de ziekte van Lyme krijgen?

Ja, honden en katten kunnen ook de ziekte van Lyme krijgen en paarden, vee en andere dieren waarschijnlijk ook. Honden en katten kunnen heel makkelijk tekenbeten krijgen en deze mee naar huis nemen. Behalve voor de hond of de kat, is er dus ook voor de mensen een risico om via huisdieren een tekenbeet te krijgen.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Enten voorkomt veel leed

Net zoals bij kinderen voorkomen kan worden, dat ze bepaalde kinderziektes krijgen, door ze daartegen te enten, kan dit bij honden ook. Omdat er helaas nog steeds geen goed middel is om virusinfecties te bestrijden, moet het lichaam dit allemaal zelf opknappen.
Nu is het lichaam daar op zich goed toe in staat. Als er een hele vreemde stof in het lichaam komt, die door het lichaam niet wordt herkend, zoals virussen, worden er heel snel speciale afweercellen gevormd. Deze zijn heel specifiek gericht op die ene indringer. Als de indringer verdreven of bestreden is, blijven die afweercellen een kortere of langere tijd bestaan. Probeert hetzelfde virus later nog een keer binnen te dringen in het lichaam dan is het lichaam daar dus op voorbereid en kan direct met de tegenaanval beginnen.
 

Wat gebeurt er bij het enten?
Met het enten tegen een virus spuit men een heel klein beetje van dat virus in het lichaam. Het lichaam herkent dit niet en maakt afweercellen en -stoffen. En deze beschermen de mens maar ook het dier tegen ernstiger gevolgen van een besmetting met het virus. Om te zorgen dat honden goed beschermd blijven worden ze doorgaans jaarlijks geënt, zodat de hoeveelheid afweercellen op peil blijft. Het lichaam blijft dan immuun tegen deze aandoening.
Vanaf de geboorte moeten pups dus ook geënt worden. Tegen alle bekende ziektes. Om nu te zorgen voor een optimale bescherming, waarbij de afweercellen en - stoffen gevormd kunnen worden, worden alle pups vcolgens een adviesschema geënt. Er kan van dit schema afgeweken worden. Dit is afhankelijk van de kans op infectie en de gebruikte entstoffen.
 
Entschema
Samengevat kan voor de gezonde pup het volgende entschema worden gehanteerd:

6 weken: Parvo, Hondeziekte en/of mazelen, eventueel Ziekte van Weil, HCC, kennelhoest.

9 weken: Parvo, eventueel ziekte van Weil.

12 weken: Parvo , HCC, Ziekte van Weil, Hondenziekte (cocktail-enting), Eventueel Rabiës en kennelhoest .

16 weken: Parvo, Ziekte van Weil (indien nog niet 1 of 2 maal eerder gegeven).

Vervolgens jaarlijkse herhaling van cocktail.
Afhankelijk van de gebruikte entstof en het besmettingsrisico kan van dit schema afgeweken worden.
Zowel Rabiës als kennelhoest worden niet standaard gegeven maar na overleg met de dierenarts aan dieren die daarvoor in aanmerking komen.
 
Hondenziekte/Ziekte van Carré
Hondeziekte wordt ook wel "distemper" of "Ziekte van Carré" genoemd. Het wordt door een virus veroorzaakt en kan vele ziektesymptomen tot gevolg hebben. Het meest op de voorgrond treden verschijnselen van het centrale zenuwstelsel, braken en diarree, longontsteking en oog- en neusuitvloeiing. Een speciale vorm van de ziekte bestaat uit huidafwijkingen waarbij een sterke verhoorning optreedt van de voetzoelen en de neusspiegel. De ziekte komt, mede door het entprogramma, nog maar weinig voor in Nederland.
De eerste enting wordt gegeven op een leeftijd tussen de zes en acht weken. Het wordt herhaald na ca. vier weken. Indien op 12 weken voor het eerst wordt gevaccineerd, of nog later, dan dient de vaccinatie nog minimaal één keer herhaald te worden.
Nu is het zo dat pups voordat zij geboren worden, uitgebreid in verbinding staan met het bloed van de moederhond. Als de moederhond goed, volgens schema, geënt was krijgen de pups dus afweercellen en stoffen mee van die moederhond. Op het moment dat de pups geënt worden kunnen de afweerstoffen, die ze van hun moeder meegekregen hebben, de entstof voor een deel verdrijven, waardoor de pup zelf minder antistoffen produceert. Daarom moeten pups dus vaker geënt worden om een volledige afweer te ontwikkelen.
Tegen hondeziekte is er nog een andere mogelijkheid. Het mazelenvaccin voor mensen lijkt heel erg op het virus dat hondeziekte veroorzaakt. Wordt de pup hiermee geënt, dan kunnen de stoffen van de moeder dit niet verdrijven en bouwt de pup zelf de afweerstoffen op. Ook dit wordt wel gedaan in Nederland.
 
Parvo
Parvo is een virus dat de darmvlokken massaal vernietigt. Hierdoor ontstaat een beeld van hele heftige diarree (spuitdiarree) met bloed. De honden kunnen ook ernstig braken, hebben vaak hele hoge koorts en door het enorme vochtverlies raken ze heel snel uitgedroogd. Sterfte treedt veelvuldig op.
Geadviseerd wordt om te beginnen met enten op een leeftijd van zes tot acht weken en om de drie tot vier weken te herhalen tot de hond ongeveer vier maanden oud is.
 
Besmettelijke leverziekte
De aard van de ziekte wordt in de naam al gegeven. het is een aandoening aan de lever. Andere benamingen zijn "HCC" (Hepatitis Contagiosa Canis) of "Ziekte van Rubarth".
De symptomen bestaan uit een ernstig ziek dier met koorts, bloedingen, braken en oogontsteking. Tijdens het genezingsproces kan een zogenaamd "blauw oog of melkglasoog" ontstaan, dat echter wel vaak weer verdwijnt.
Enting van pups met HCC-vaccin vindt voor de eerste keer plaats op een leeftijd van zes weken en dient op 12 weken herhaald te worden. Jaarlijkse herenting wordt om practische redenen (combinatievaccins) geadviseerd. De bescherming is meestal wel langer dan één jaar.
 
Kennelhoest-complex
De oorzaak van kennelhoest bestaat uit meerdere micro-organismen en daarom is het beter te spreken van het kennelhoestcomplex. De symptomen kenmerken zich door een zieke hond met koorts en een harde, droge hoest die weken lang kan aanhouden. Ook geven ze hierbij wel eens wat wittig slijm op. De drie belangrijkste veroorzakers zijn de Bordetella bronchiseptica bacterie, het para-influenza virus en een adenovirus.
De infectiedruk, temperatuur en ventilatie spelen een grote rol in het ontstaan van de ziekte. Niet voor niets zijn de zomermaanden de periode waarin kennelhoest het meest wordt waargenomen. In deze vakantieperiode worden veel honden in pensions, asiels en kennels ondergebracht.
Vaccinatie tegen kennelhoest wordt aanbevolen voor honden die een groter risico lopen op infectie (zoals werkhonden, of honden die naar een pension gaan ). Enting dient plaats te vinden, minimaal 10 tot 14 dagen voordat de hond blootgesteld wordt aan het grotere risico (bijvoorbeeld opname in een pension). Er kan begonnen worden met vaccineren op een leeftijd van zes weken.
Jaarlijkse of frequentere herhaling (afhankelijk van gebruikt vaccin en infectiemogelijkheden) is noodzakelijk om de immuniteit te onderhouden.
 
Hondsdolheid
Hondsdolheid (ook wel Rabiës genoemd) wordt veroorzaakt door een virus dat via het speeksel (bijten) wordt overgebracht en specifiek het zenuwstelsel aantast. Het verspreid zich langzaam via zenuwbanen vanuit een bijtwond naar de hersenen. Eenmaal daar aangekomen zullen gedragsveranderingen (vaak agressiviteit en angstreacties) op gaan treden. Opvallend is de watervrees wat wordt veroorzaakt door slikproblemen. De ziekte is altijd dodelijk en zeer gevaarlijk voor de mens. Bij tijdig ingrijpen na een bijtwond kan de ziekte bij de mens nog tot staan gebracht worden.
De eerste vaccinatie wordt niet eerder gegeven dan op een leeftijd van 12 weken. Afhankelijk van de wettelijke eisen en de gebruikte entstof wordt de enting herhaald na één tot drie jaar. Bij pups is de enting doorgaans niet langer geldig dan drie maanden. Gezien het gevaarlijke karakter van de ziekte mag er nooit afgeweken worden van de wettelijke eisen van de landen die vaccinatie tegen hondsdolheid vereisen (meestal één maand voor vertrek naar die landen)!!!
 
Ziekte van Weil
De ziekte van Weil, of Leptospirose, wordt in tegenstelling tot de andere ziektes, veroorzaakt door een bacterie. Bij besmette dieren ontstaan koorts, spierpijn en leverstoornissen (geelzucht). De bacteriën blijven soms maandenlang in de nieren aanwezig en worden steeds met de urine uitgescheiden. Hierdoor worden andere honden (snuffelen), of de mens (slechte hygiëne) weer geïnfecteerd. Vaccinatie van pups moet minstens tweemaal plaatsvinden, de eerste keer in het nest op een leeftijd van zes tot acht weken en de herhalingsenting op 12 weken leeftijd. Een derde enting wordt aanbevolen voor �risico-dieren� (bijvoorbeeld jachthonden) op een leeftijd van 20 tot 24 weken.
De jaarlijkse hervaccinatie dient kort voor de risicoperiode, die loopt van mei tot november, gegeven te worden.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Discus Hernia en fracturen van de rug-en nekwervels

Is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen bij de hond. Tussenwervelschijfdegeneratie is beschreven bij 84 hondenrassen maar komt het meest voor bij de kleine rassen.
Deze rassen hebben karakteristieke skelet afwijkingen waardoor ze gepredisponeerd zijn om discus degeneratie te ondergaan.

Een tussenwervelschijf doet dienst als een kussen tussen twee wervels, het is als een soort schokbreker.

Een normale discus bestaat uit twee delen (zie figuur 1), een uitwendige ring van bindweefsel en een inwendige ’jelly like’ centrum. Een discus die degenereert gaat verkalking vertonen in het centrum waardoor deze de neiging gaat vertonen om harder te worden. De schokbreker functie vermindert en de discus heeft de neiging om te gaan ‘bulgen’ waardoor de bindweefsel ring kan springen en druk kan geven op het ruggemerg. Het gevolg hiervan is pijn en soms verlamming.

20% van alle discus problemen zijn gelocaliseerd in de nek, de meeste van deze patienten hebben als eerste symptoom nekpijn. Dit is zo als de discus wat druk geeft op het ruggemerg (zie figuur2).  Het hoofd en de nek worden in een gespannen stand gehouden en de dieren kunnen moeilijk buigen om te eten en te drinken. De nek lijkt verdikt maar dit komt door de spierspasmen.

Als de discus naar een kant uitpuilt kunnen we symptomen hebben aan een kant van het lichaam, de kant van de uitpuiling. De symptomen varieeren van manken op het voorbeen tot verlammingen (zie figuur 3).

Als de discus volledig ruptureerd dan hebben we symptomen op beide kanten van het lichaam. Zowel de voorkant als de achterkant kan geparalyseerd geraken (zie figuur 4).

80% van de discus problemen liggen dus thv de rug of de lenden. Hierbij hebben we vnl symptomen op de achterhand en deze gaan van rug of lendenpijn tot volledige verlamming van de achterhand.

bulletFracturen van de wervels :

We zien ook regelmatig fracturen van de wervels in de nek of de rug.
Dit is meestal in combinatie met een trauma van de wervelkolom. De klachten zijn bijna altijd ernstig, die gaan van volledige verlamming tot partiele verlamming gepaard gaande met veel pijn thv de fractuur haard. De prognose is meestal niet goed voor deze patienten.

diagnose

De diagnose van discus problemen doen we aan de hand van de klinische symptomen, het neurologisch onderzoek, radiologie en eventueel CT-scan.

Met radiologie kunnen we eventueel zien of er tussenwervelschijven verkalkt zijn of niet.
Om een meer definitievere diagnose te hebben kunnen we een
myelogram maken van het ruggemerg.
Bij een myelografie spuiten we een contraststof (omnipaque 300 mg I/ml) langs het ruggemerg en leggen we de hond of kat in een hoek van 45 graden met zijn lichaam zodat de contrastvloeistof naar de staart kan lopen.
Er worden dan radiografieen genomen om te zien waar de druk op het ruggemerg is. Een myelogram dient niet alleen om de hernia te localiseren maar ook om de hoeveelheid druk op het ruggemerg in te schatten.

  
Contrast stof ingepoten thv de cisterna magna geeft een visualisatie van het ruggemerg.

Met een CT-scan kunnen we bij moeilijk te diagnosticeren gevallen een beter beeld krijgen van een hernia, zeker als we twijfelen als het over een eventuele tumor van het wervellichaam zou gaan ipv een hernia tgv een discus probleem.


Een ingeklapte vijfde -en zesde halswervel bij een Jack Russel


De eertse lendenwervel is gebroken bij een rottweiler, herstelt met 10 schroven en interne brugfixatie

Behandeling

De behandeling van een hernia heeft tot doel de druk op het ruggemerg weg te nemen. Afhankelijk van de localisatie en de ergheid zijn er verschillende technieken die we kunnen toepassen.

Het plaatsen van een ventraal slot :
gebruiken we als het gaat om een hernia in de nek . Hierbij wordt langs de onderkant van de nek een insnede gemaakt en gaan we de twee aanpalende wervellichamen waartussen de hernia ligt met een frais uitfraizen. We gaan bot wegnemen tot tegen het ruggemerg zodat de druk langs deze kant weg kan.

hernia tussen 2 wervels
            hernia tussen 2 wervels

fraizen met een drilboor   
            fraizen met een drilboor                                   Hier is het ventraal slot geplaatst

uitruimen ruggemergkanaal         
            uitruimen ruggemergkanaal                            Het ruggemerg ligt weer mooi vrij.

 

Het uitvoeren van een laminectomie :
gebeurt meestal bij hernia’s in de rug of thv de lendenstreek. Hierbij benaderen we de wervelkolom langs de bovenzijde en gaan we een gedeelte van het dak van de wervel wegnemen waardoor de druk weg kan. Meestal gebeurt dit langs de zijkant van het werveldak waardoor de stabiliteit niet in het gedrang komt.

een laterale hemilaminectomie wordt hier getoond
Een laterale hemilaminectomie wordt hier schematisch getoond

   
Waar het pincetje staat is het gat gemaakt in de wervels en op de andere foto zie je hoe de druk op het ruggemerg wordt weggenomen door de inhoud van de tussenwervelschijf weg te nemen.

Het stabiliseren van een fractuur van een wervel :
Dit zijn meestal moeilijke maar toch soms waardevolle operaties. De trachten de wervelkolom te stabiliseren door middel van prothese materiaal. Dit blijft meestal zitten tot na de operatie.

Deze drie foto's zijn genomen tijdens het herstel van een fractuur van de eerste lendenwervel, bij een Rottweiler, na een auto ongeval.

Er werd met negen schroeven en 2 Carbon fiber stabilisatoren gewerkt.

Dit systeem zorgt voor extreem grote stabiliteit van de wervelzuil.

 

 

Revalidatie

Bij de hernia in de nek is het herstel na operatie snel en bestaat het uit een aantal weken rust (wel veel wandelen).

Na een rughernia vereist de revalidatie veel tijd en inzet van de eigenaar. Er moet veel met de hond worden geoefend. Bij ons laten we de patiënt pas naar huis gaan wanneer we zeker weten dat het plassen goed door de hond zelf kan gebeuren. Zoals al eerder gezegd komt het vaak voor bij een rughernia dat de blaas niet goed door de hond zelf geleegd kan worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spondylose

Degeneratie van de wervelkolom (wervel - spondylos). Komt vaak voor in combinatie met gewrichtsslijtage (= artrose) van de tussenwervels (= discus). De aandoening gaat vaak samen met wervelkolom-slijtage (= spondylartrose).

Mogelijke verschijnselen (o.a.)
Bot-uitgroeisels (= exotose), botvervorming, pijn

Mogelijke oorzaken (o.a.)
- primaire vorm: langdurige (over)belasting van de wervelkolom, ouderdom.
- secundaire vorm: als gevolg van andere wervel-aandoeningen (o.a. artrose)

Mogelijke behandelingen (o.a.)
- fysiotherapie
- pijnbestrijding met paracetamol of andere
eenvoudige pijnstillers
- operatieve ingreep
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorhuidontsteking.

Bij een voorhuidontsteking is de huid (aan de binnenkant) van de voorhuid ontstoken door een bacteriële infectie.
Door deze ontsteking scheidt de voorhuid etter af, die als gele of groene druppels zichtbaar zijn doordat ze aan de voorhuid hangen of doordat de hond dit soort druppels in huis verliest en een spoor van vlekken verspreidt.

B. Welke dieren krijgen een voorhuidontsteking?

Niet-gecastreerde reuen kunnen gemakkelijk een voorhuidontsteking krijgen. Gestimuleerd door hun geslachtshormonen schachten niet-gecastreerde reuen regelmatig hun penis uit, waarna bacteriën vanuit de buitenwereld in de voorhuid terecht komen en een bacteriële infectie veroorzaken.
In veel gevallen moeten deze bacteriën door het lichaam bestreden worden, waarna de bacteriële infectie een bacteriële ontsteking wordt.
Reuen die een voorhuidontsteking zullen krijgen, krijgen dit meestal al op jonge leeftijd, namelijk zodra ze seksueel actief beginnen te worden, meestal op een leeftijd van ½ tot 1 jaar.
Eenmaal een voorhuidontsteking betekent helaas meestal altijd een voorhuidontsteking, tenzij castratie plaatsvindt. 

C. Wat is er te doen tegen een voorhuidontsteking?

Indien een dier bovengenoemde symptomen heeft onderzoekt de dierenarts de hond om te controleren of er behalve de geslachtshormonen eventueel andere oorzaken zijn aan te wijzen, zoals vormafwijkingen of gezwellen van penis of voorhuid. Indien dit niet zo is, is er sprake van een ongecompliceerde voorhuidontsteking.
Therapeutisch is er een aantal mogelijkheden:

bulletDe voorhuid regelmatig reinigen en desinfecteren door middel van een voorhuidcleaner
bulletDeze locale behandeling kan eventueel ondersteund worden door middel van een antibioticum kuur.
bulletDe stimulatie door geslachtshormonen wegnemen door castratie . Bij ongecompliceerde voorhuidontstekingen is dit vaak de enige definitieve oplossing. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maagdilatatie of een maagtorsie?

De maag is een zakvormig orgaan, met een ingang (de slokdarm) en een uitgang (de twaalf-vingerige darm of dunne darm). De maag hangt eigenlijk vrij in de buikholte en ligt op de buikbodem direct achter het middenrif.
Als er plotseling veel gas geproduceerd wordt in de maag, en wel sneller dan dat dat gas kan worden uitgeboerd en/ of naar de dunne darm getransporteerd, gaat de maag uitzetten. Als dit uitzetten (dilatatie) erg snel en heftig verloopt, heeft de maag de neiging om als een soort ballon “op te stijgen” door al dat gas.

Maagkanteling 1.    Maagkanteling 2.    Maagkanteling 3.    Maagkanteling 4.

De in- en uitgang van de maag blijven dan echter wel op hun plaats, met als gevolg dat de maag een draaiing maakt om zijn as (torsie). Alleen al door een dilatatie worden de in- en uitgang van de maag min of meer dichtgedrukt, maar bij een torsie is dat zeker het geval. Het gevolg is dat er niets meer uit de maag kan, terwijl de gasvorming gewoon door kan gaan.
De maag, normaal een slappe zak, is dan een enorm hard opgepompte basket bal geworden.

B. Wat zijn de mogelijke gevolgen van een maagdilatatie of maagtorsie?

Door de enorme wandspanning kan er geen bloed stromen door de bloedvaatjes in de maagwand, waardoor deze zal afsterven als de situatie lang genoeg aanhoudt. Bovendien drukt de maag via het middenrif sterk op het hart, waardoor ook de bloedvoorziening van de hartspier in de problemen komt en er “hartinfarcten” kunnen optreden.

Bij een torsie (draaiing) van de maag draait de milt vaak mee, waardoor de vaten van en naar de milt afgeknepen kunnen worden en door bloedstolsels voorgoed ondoorgankelijk zullen worden. De milt zal dan afsterven.  Al deze mogelijke gevolgen zijn zeer levensbedreigend voor de hond: alleen als een dierenarts zeer tijdig kan ingrijpen zal het dier deze aandoening kunnen overleven.

C. Welke dieren krijgen een maagdilatatie of -torsie?

Met name grotere hondenrassen, zoals de Duitse dog, Berner Sennen of Duitse herder, zijn gevoelig voor een maagdilatatie of –torsie.
Risico vormt het eten van een behoorlijke hoeveelheid voedsel dat na de maaltijd kan gaan zwellen door opname van water, zoals alle droge hondenbrokken.
Gasvorming zal dan met name ontstaan door beweging, bijvoorbeeld uitlaten of spelen na de maaltijd. Indien een hond eenmaal een maagdilatatie gehad heeft, is de kans groot dat dit nog een keer kan gebeuren.
Preventie wordt dan een uiterste noodzaak.

Secundaire oorzaak van een maagdilatatie :

Soms zien we een maagdilatatie tgv een andere oorzaak. Deze 10-jarige Shar pei had een gezwel in de darm en was al drie keer "behandeld" geweest voor een maagdilatatie. De vierde keer kwam ze bij ons terecht en op echografie zagen we een gesteeld gezwel in de darm die als een soort ventiel dienst deed. Als het ventiel naar links lag dan verstopte het de darm, als het naar rechts lag dan liet het de gassen door.
Als de gassen niet door werden gelaten dan werd de maag opgeblazen als een ballon en had deze shar pei alle symptomen van een maagdilatatie torsie complex.

Als behandeling hebben we hier dit stuk darm verwijderd én de maag vast gelegd.

D. Wat kan ik doen ter preventie van een maagdilatatie of -torsie?

Geef de hoeveelheid voer die de hond per dag nodig heeft verdeeld over de dag in 4 porties. Geef het liefst nat, licht verteerbaar voer, dus blikvoer of geweekte brokken.
Laat het dier niet teveel water tegelijk drinken, maar vaker over de dag verspreid kleine hoeveelheden.
Laat de hond altijd uit vóór het eten en laat hem/ haar na het eten met rust!

E. Hoe herkennen we een maagdilatatie of -torsie?

De hond krijgt problemen kort na de maaltijd. Het dier lijkt benauwd en pijnlijk; wil steeds staan of lopen met de kop gestrekt naar voren of beneden en lijkt te moeten braken zonder dat er “iets komt” .
Na enkele ogenblikken valt vaak duidelijk op dat de buik, met name links vlak achter de ribboog “opzwelt” en hard wordt.


De grote zwarte vlek is de maag gevuld met gas bij een maagtorsie bij een Duitse Herder.

F. Wat is er aan te doen?

Een maagdilatatie of -torsie is een spoedgeval ! U dient direct de (dienstdoende) dierenarts te bellen en te melden dat u er aan komt met een mogelijke maagtorsie.
De dierenarts zal proberen de maag te sonderen door een slang te laten inslikken, om de maag te kunnen legen en spoelen. Indien dit niet lukt zal de druk via een punctie met een naald moeten afnemen.


Maag die erg rood is bij een dilatatie torsie, deze is teruggedraaid én vastgelegd.

Indien er sprake is van een torsie (wordt vastgesteld door middel van een röntgenfoto) zal de maag vervolgens tijdens een buikoperatie teruggedraaid worden en aan de buikwand vastgezet.
De eventuele shock zal worden bestreden middels infusen, de bewegelijkheid van de maag wordt met medicijnen gestimuleerd en mogelijk zullen antibiotica en pijnstillers voorgeschreven worden.

G. Wat zijn de vooruitzichten?

Afhankelijk van de bevindingen vóór het ingrijpen door de dierenarts (is de hond al in shock; is er sprake van een onregelmatige pols door hartschade?) en tijdens de eventuele operatie (is de maagwand al afgestorven zijn de vaten van de milt nog levensvatbaar; blijkt het hart van de hond de narcose te kunnen verdragen?) zal het dier deze acute aandoening wel of niet overleven.


Deze Mechelaar heeft minder geluk, de maag was al sterk necrotisch en er werd besloten om het dier te euthanaseren tijdens de operatie.

De kans op shock en andere complicaties wordt snel groter naarmate de aandoening langer bestaat. Ook de dagen na de acute aandoening zijn kritiek.
Al heeft het dier de dilatatie en het ingrijpen op zich overleeft, door de mogelijke schade aan de maagwand en het hart, maar ook de lever en de nieren, kan het dier nog levensbedreigende problemen krijgen.
De rest van het hondenleven is het dier gevoeliger geworden dan andere honden voor een herhaling van de maagdilatatie of –torsie.
De eerder beschreven preventieve maatregelen dienen dan ook blijvend en consequent toegepast te worden.
Indien bij een eerdere operatieve ingreep de maag is vastgezet, is de kans op een dilatatie aanzienlijk kleiner geworden, maar nooit geheel afwezig.

Een gouden regel bij een maagdilatatie : hoe sneller hoe beter!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruisbandproblemen

De meest voorkomende oorzaak van manken op de achterhand bij honden is een scheur van de voorste kruisband (VGB). Deze aandoening veroorzaakt, als ze niet op tijd behandeld wordt, artrose in het kniegewricht met chronisch manken tot gevolg.

Het kniegewricht is een erg flexibel gewricht, het kan in alle richtingen bewegen.
Om deze bewegelijkheid te houden wordt het gewricht wordt samengehouden door twee banden in het gewricht die gekruist over elkaar lopen.
De voorste kruisband zorgt er voor dat het onderbeen tov het bovenbeen niet naar voor kan schuiven.
De twee meniscussen doen dienst als schokbreker en liggen beiden aan de buitenzijde van het gewricht tussen het boven- en onderbeen (zie figuur 1).

2. symptomen

Meestal scheurt een voorste kruisband als een hond in volle actie is en een rotatie beweging maakt op zijn knie of plots in een putje trapt. Je kunt het vergelijken met voetballers die om hun as draaien op het moment dat ze met hun spikes van hun voetbalschoenen op het veld gefixeerd staan met één been.
De kruisband schiet in één keer door en het dier is acuut mank. Het loopt op drie benen. In het begin is er een discrete zwelling van de knie maar na enkele dagen is de knie sterk gezwollen. De knie is pijnlijk en warm.
Er is één symptoom die determinerend is voor een gescheurde kruisband. Als we het bovenbeen fixeren met de ene hand kunnen we het onderbeen naar voor toe verschuiven met de andere hand. Dit heet het schuiflade syndroom (zie figuur 2).

Op radiografie zien we dat de tibia (onderbeen) naar voor is geschoven tegenover het femur (bovenbeen).

Bij veel gevallen van een scheur in de voorste kruisband is ook de meniscus betrokken. Meestal gaat het om de meniscus die aan de binnenzijde van de knie zit. We kunnen soms een typisch “click” geluid horen als we de knie plooien bij een VGB letsel (zie figuur 3).

  Meniscusscheur bij een berner Sennen

  Hier heb ik de meniscus vast met een tangetje

  Voorste kruisbandscheur én meniscus volledig kapot

  Voorste kruisband is verwijderd

 

3. behandeling

Het doel om een knie te behandelen met een VGB is het stabiliseren van de knie zodat er geen verdere artrose vorming meer kan gebeuren. Er zijn wel 100 verschillende operatie technieken om een VGB te herstellen. Wij in dierenkliniek Causus gebruiken twee verschillende methodes, de extra- en de intracapsulaire stabilisatietechniek. Hieronder wordt de extra-capsulaire stabilisatietechniek beschreven. 

Hierbij wordt er een kunstband geplaatst uitwendig op de knie. Met een naald gaan we achter een klein botje, de fabella, die gelegen is achter de femur (bovenbeen) en plaatsen we zo een draad die over de knie loopt naar de tibia (onderbeen) toe. Deze wordt dan daar bevestigd (zie figuur 4).

4. Nazorg

De nazorg, die door U gedaan wordt is van cruciaal belang voor de verdere genezing van uw hond zijn knie.

bulletDe hond dient gedurende de eerste vier weken aan de leiband te lopen (ook voor een klein plasje …).
bulletNa veertien dagen komt u terug om de huidhechtingen te laten verwijderen. Vanaf de tweede week na operatie past u actieve massage toe d.w.z. strekken en buigen van het kniegewricht.
bulletVanaf de derde week kunt u starten met een wandeling, beginnende met 8 keer 2 minuten per dag opbouwend naar 8 keer 5 minuten per dag.
bulletWij werken ook intensief samen met Aqua Fun uit Zwevezele om de revalidatie van Uw hond te versnellen en aangenamer te maken. Hierbij gaat de hond verschillende sessies ondergaan van zwemtherapie waar door de gewichtloosheid de knie veel sneller zal gebruikt worden.

Na 6 weken zien wij u dan nog eens terug voor een algemene controle.

Een ander belangrijk onderdeel in de revalidatie is het geven van :

bulleteen voedingssupplement, artromix , als artrose remmer.
bulletontstekingsremmer, rimadyl, als artrose remmer en pijnstiller.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anaalklieren

Anaalklieren zijn twee "zakjes" aan weerszijden van de anus bij hond en kat. In die zakjes wordt een pasteuze tot vloeibare substantie gemaakt die vreselijk doordringend (vies) ruikt. De anaalklieren worden normaal gesproken geleegd na de ontlasting van het dier, om een duidelijk kenteken achter te laten. Deze " geurvlag " dient voor de hond voor de herkenbaarheid binnen de roedel en het waarschuwen van dieren van buiten de roedel. Voor de kat helpt de geurvlag bij het afzetten van het territorium. Op zich spelen de anaalklieren dus een nuttige rol in het sociale leven van onze huisdieren. 

Anaalklierproblemen

Helaas functioneren de anaalklieren soms nogal problematisch. Indien het legen van de anaalklieren aan het eind van de ontlasting niet goed verloopt, kunnen de anaalklieren " overvuld " raken. De inhoud van overvulde anaalklieren is gevoelig voor het aanslaan van infecties, waarna er een anaalklierontsteking kan ontstaan. Een ernstige ontsteking van de anaalklieren kan tot een fistelend anaalklierabces leiden: naast de anus zien we dan één of meerdere gaten waar ontstekingsvloeistof of pus uitkomt.

Symptomen van anaalklierproblemen

Door de eigenaar worden dit soort problemen meestal snel opgemerkt, aangezien een dier er veel last van heeft. Het meest opvallende symptoom is het veelvuldig likken en bijten naast of op de staartbasis ten gevolge van de jeuk en irritatie die overvulde en/ of ontstoken anaalklieren veroorzaken. Daarnaast verspreiden problematische anaalklieren vaak een typische penetrante stank .  

Onderzoek en therapie bij anaalklierproblemen

Indien een dier bovengenoemde symptomen heeft onderzoekt de dierenarts natuurlijk de conditie van de anaalklieren en hun inhoud. Maar ook wordt gecontroleerd of er geen sprake is van een vlooienprobleem of vlooienallergie, aangezien daar dezelfde symptomen bij gezien kunnen worden. In ieder geval worden de anaalklieren door de dierenarts geleegd . Afhankelijk van de bevindingen wordt dit na een week nog een keer herhaald of worden de anaalklieren (indien nodig onder sedatie) met een anti-bacterieel middel gespoeld . Ook dit spoelen kan enkele keren herhaald worden, totdat de anaalklieren weer een volledig normale omvang en inhoud hebben.

Bij ernstige ontstekingen of abcessen worden bovendien antibioticum tabletten (antirobe®, Rilexine®, Marbocyl® of Synulox®)voorgeschreven.

Indien ondanks deze grondige aanpak de problemen steeds snel terugkomen, valt het te overwegen om de anaalklieren chirurgisch , dus operatief, te laten verwijderen. Aangezien deze operatie vlak naast de anus plaatsvindt, is er een kleine kans (kleiner dan 5%) dat het dier door de operatie onzindelijk wordt voor ontlasting. Daarom kiezen we nooit direct voor deze oplossing. De kosten van een dergelijke operatie liggen rond de € 250. Dit is inclusief de kosten voor een screenend bloedonderzoek. Indien uw dier 5 jaar of ouder is wordt een dergelijk bloedonderzoek verricht, voorafgaand aan een narcose

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Baarmoederontsteking:

Een pyometra of baarmoederontsteking is een bacteriële infectie van de baarmoeder. Dit komt vooral bij oudere teven voor, maar af en toe zien we ook nog tamelijk jonge honden. Het kan ontstaan na een loopsheid of na het jongen, maar bij sommige honden is de loopsheid al meer dan een half jaar niet meer opgemerkt.

Alle gezonde honden produceren tijdens een bepaalde periode van de cyclus progesteron. Bijvoorbeeld tijdens de dracht en na de loopsheid in een, bij honden langdurige schijnzwangerschap. De hoge en langdurige progesteron-spiegels ontstaan ook na behandeling met anticonceptiemiddelen (de 'prikpil'). Gedurende de periode dat de progesteron spiegel hoog is in het bloed is een dier heel vatbaar voor infectie van de baarmoeder. Door de progesteron verandert namelijk het endometrium (= baarmoederslijmvlies) en ontwikkelt zich een zogenaamde CEH (Cysteuze Endometrium Hyperplasie). Dit is al een voorbode van een beginnende baarmoederontsteking. Als dit veranderde slijmvlies ontstoken namelijkraakt, dan ontwikkelt zich hieruit een baarmoederontsteking. De bacteriën die de baarmoeder infecteren zijn afkomstig uit de vagina.
Vaak is een uitvloeiing uit de vulva te zien, maar gevaarlijker wordt het als de baarmoedermond (cervix) gesloten is waardoor de pus als het ware zit opgesloten. Dat kan soms een flinke hoeveelheid zijn (zie onder: behandeling).  We spreken dan van een pyometra.

De kans op een baarmoederontsteking is bij honden veel groter dan bij poezen of andere diersoorten. Dat heeft te maken met het feit dat honden vaker onder hogere concentraties progesteron staan, zoals boven al genoemd. Toediening van oestrogenen (dat is weer een ander vrouwelijk hormoon) bij ongewenste dekking geven eveneens een verhoogd risico op het ontstaan van een baarmoederontsteking. Mede om deze reden wordt dat laatste nauwelijks meer gebruikt na een 'ongewenste dekking', maar zijn er tegenwoordig gelukkig veiliger middelen om de dracht af te breken.

pyometra pyometra
Links: schets van een normale baarmoeder en pyometra.
Rechts: enorme baarmoeder (pyometra) tijdens een operatie

Symptomen
Symptomen van een baarmoederontsteking zijn onder andere lusteloosheid, koorts en, doorgaans erg opvallend, veel plassen en veel drinken (polyurie en polydipsie). Niet alle verschijnselen hoeven aanwezig te zijn. Ook heeft de hond weinig eetlust, braakt af en toe. Het verhaal van de eigenaar is vaak dat de hond al vele maanden lusteloos is 
In veel gevallen is er etterige uitvloeiing uit de vulva van de hond. Maar een pyometra kan ook 'gesloten' zijn, dus zonder uitvloeiing. Soms likt de hond vaak aan de vulva.

Diagnose
De diagnose kan worden gesteld aan de hand van de symptomen, met behulp van een röntgenfoto of met echografie of door bloedonderzoek. Meestal zal een combinatie van enkele van deze onderzoeksmethoden tot de uiteindelijke diagnose leiden.

Behandeling
De beste behandeling van een baarmoederontsteking bestaat bijna altijd uit het verwijderen van de baarmoeder en de eierstokken. De meeste dieren herstellen bijzonder snel na deze ingreep. Sommige eigenaren vertellen ons na enkele weken dat hun hond weer "jaren jonger" is geworden.
In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij waardevolle fokteven of bij heel weinig pus in de baarmoeder) kan men beslissen om de teef te behandelen met antibiotica en een middel om de baarmoeder te doen samentrekken om zo de etter uit te drijven, maar deze behandeling heeft meestal weinig of maar tijdelijk succes. Vrijwel altijd komen na enkele weken of maanden, of na een volgende loopsheid dezelfde klachten weer terug. 
Ook wordt er  momenteel geëxperimenteerd met andere behandelingen, zoals combinaties van bepaalde hormonen (prostaglandines) en antibiotica. Maar deze hebben lang niet altijd succes, hebben nogal wat bijwerkingen en zijn kostbaar.

Soms zit er een enorme hoeveelheid pus in de baarmoeder (zie foto). Enige tijd geleden hebben we uit een
Labrador-teef van 22 kg een baarmoeder met 4 liter pus verwijderd! In dit soort gevallen kan de hond ook plotseling sterven wanneer de baarmoeder met zo'n grote hoeveelheid pus scheurt en de inhoud in de buikholte stroomt. Een buikvliesontsteking en de dood zijn dan het gevolg.
Als geen behandeling wordt ingesteld bij een baarmoederontsteking zal het dier uiteindelijk ook overlijden.

Prognose
De prognose is na sterilisatie meestal goed, maar indien het dier te lang met een pyometra rondgelopen heeft, kunnen de nieren onherstelbaar beschadigd zijn door de toxische stoffen die in de bloedstroom terecht gekomen zijn. Deze kunnen andere organen ernstig beschadigen (nieren, lever).
Reageert een baarmoederontsteking wel goed op antibiotica, dan is de vruchtbaarheid daarna vaak verminderd. Een nest zit er dus vrijwel altijd niet meer in.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voedingalergie

 

Wat is een voedingsallergie?
Uw dier wordt ervan verdacht een voedingsallergie te hebben. Dit betekent dat het dier overgevoeligheidsreacties ontwikkelt op via de voeding toegediende stoffen. Deze stoffen zijn vaak eiwitten (melk, melkproducten, rundvlees, kip, kippeneieren, maïs, soja, paardenvlees, etc.) of stoffen die gebruikt zijn ter bereiding van droogvoer of blikvoer.
We spreken van een voedselovergevoeligheid, omdat zowel een voedselallergie als een voedselintolerantie (waarbij dus geen immunologische reactie aanwezig is) hetzelfde klinische beeld kan geven. Deze twee reacties zijn op basis van de symptomen niet van elkaar te onderscheiden.
Omdat verschillende merken voeders vaak zijn opgebouwd uit dezelfde basiscomponenten en eiwitbronnen, kan een allergie voorkomen bij dieren die steeds verschillende voeders krijgen.

Welke dieren krijgen een voedingsallergie?
• Waarschijnlijk speelt bij het ontstaan van een voedingsallergie de erfelijke aanleg een belangrijke rol.
• Zowel jonge als oude dieren kunnen een voedingsallergie ontwikkelen, waarbij 80% van de dieren voor het eerst symptomen krijgt als ze nog geen jaar oud zijn. Soms zien we zelfs al symptomen bij dieren die nog geen half jaar oud zijn.

Hoe herkennen we een voedingsallergie?
De overgevoeligheidsreacties leiden vaak tot jeukklachten. Heel vaak is de jeuk gelokaliseerd aan de kop, oorschelpen en nek. Ook wordt wel jeuk over het hele lichaam gezien. Maar ontsteking van de huid en kaalheid kunnen ook symptomen van voedingsallergie zijn. Bij de kat zien we nogal eens plekken op de kop. Soms zie je ook maag- en darmklachten.
Soms treedt verwarring op met bijvoorbeeld een vlooienallergie of andere allergieën.

Wat is er aan te doen?
Om de diagnose met zekerheid te kunnen stellen, dient u minimaal 6 weken te stoppen met de huidige voeding. Ook allerlei extraatjes, zoals snoepjes of kluifjes, dient u gedurende die periode achterwege te laten. U geeft naast drinkwater een dieet dat bestaat uit de volgende componenten: één eiwitbron (vlees) die uw dier nog nooit eerder gehad heeft (geit, kalkoen, struisvogel) of die zeer weinig allergeen is (lamsvlees) en één koolhydraatbron (rijst). Men noemt dit een eliminatie-dieet.
Dit wordt dan:
Gekookt geitenvlees, struisvogelvlees of lamsvlees met gekookte rijst en verder niets: 100-150 gram per 10 kg lichaamsgewicht per dag van elk.
Geitenvlees is verkrijgbaar bij Islamitische slagers. Het beste kunt u de benodigde hoeveelheid voor 6 weken in 1 keer bestellen en invriezen. Eventueel zijn ook commerciële hypo-allergene voeders, uitsluitend verkrijgbaar bij de dierenarts, voor dit doel geschikt. Wanneer de jeuk tijdens de testperiode sterk vermindert of zelfs verdwijnt, is de diagnose voedingsallergie gesteld. Vervolgens kan door het geven van bijvoorbeeld steeds één soort vlees worden gekeken voor welk bestanddeel van het oorspronkelijke voer de hond of kat allergisch is.
Als het bereiden en/of verstrekken van dit voer lastig is voor u, kunt u eventueel ook een
commercieel hypo-allergeen voer geven, maar bedenk dat voor het aantonen van een voedselallergie dat niet helemaal betrouwbaar is.
Vervolgens kunt u als onderhoudsdieet heel goed speciale hypo-allergene voeding geven, verkrijgbaar bij de dierenarts. Maar bedenk daarbij wel dat een enkele keer ook deze op den duur weer een allergie kunnen veroorzaken...


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oorontsteking

Inleiding
Oorontstekingen komen regelmatig voor. Sommige rassen hebben er wel erg veel last van, zoals de Cocker Spaniël, de Duitse Herder en de Retriever. Vooral honden met “hangoren” hebben nogal eens ontstekingen omdat de oorschelpen, die bij deze rassen vaak sterk behaard zijn, de gehoorgang afsluiten waardoor er weinig zuurstof en frisse lucht in de oren kan komen.
U merkt het als uw hond schudt met de kop en krabt aan het oor. Soms is de oorontsteking erg pijnlijk en houdt het dier de kop scheef. De uitwendige gehoorgang kan vies en rood zijn maar ook dieper in het oor (de inwendige gehoorgang) is het meestal vuil, rood en warm. Bovendien kun je het vaak makkelijk ruiken.
Door de oorontsteking is de huid van de gehoorgang ontstoken en verdikt. De gehoorgang wordt daarmee dus wat nauwer en het oorsmeer (cerumen) kan dus moeilijk weg.

anatomie oor oorontsteking
Links: 3D-Doorsnede van het oor van een hond. De inwendige gehoorgang bestaat uit een vertikaal en een horizontaal gedeelte. Dat maakt het hondenoor gevoeliger voor ontstekingen omdat er van alles in kan vallen en er moeilijker meer uitkomt. De huid van deze gehoorgang bevat twee soorten klieren: talgklieren en cerumenklieren. Het produkt van deze klieren is oorsmeer. De kleur daarvan varieert van wit tot lichtbruin.
Rechts: oorontsteking met (bruin) oorsmeer bij de hond.


Oorzaken
Bij honden en katten die veel buiten komen, is oormijt een belangrijke oorzaak voor oorontstekingen. Heel veel pups en kittens hebben er ook last van. Deze mijten leven van oorsmeer. Ze veroorzaken erge jeuk en zijn zo klein dat ze met het blote oog moeilijk zijn waar te nemen. Maar als je goed kijkt of een vergrootglas gebruikt zie je ze over het oorsmeer lopen...
Daarnaast zijn er verschillende soorten bacteriën en gisten die ook graag in de gehoorgang leven en daar voor problemen zorgen. Tenslotte kunnen er ook grasaartjes, stukjes van een wattenstokje of andere 'voorwerpen' in de gehoorgang zitten. Honden die veel zwemmen (met name in bacterieel verontreinigd zwemwater) hebben er ook nogal eens last van.
De meeste vormen van
allergie kunnen ook oorproblemen veroorzaken. Een allergie speelt zich immers ook af in de huid van de gehoorgang. Denk bijvoorbeeld aan voedselallergie en atopie.
Een enkele keer worden er tumoren in het oor aangetroffen.

Diagnose
Een oorontsteking is meestal makkelijk vast te stellen, zoals in de inleiding al genoemd. 
Bij elk dier met een oorontsteking is een goed onderzoek van belang. De dierenarts kijkt dan met een speciaal apparaat (otoscoop) in het oor. Daarbij kan hij zien of er sprake is van een besmetting met oormijt en/of een infectie door bacteriën en/of schimmels van de gehoorgang of dat er iets anders aan de hand is, zoals grasaartjes, etc. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals een uitstrijkje of een kweek van het oorsmeer.

Behandeling
Een behandeling is allereerst gericht op de oorzaak. Is de gehoorgang erg smerig (soms kun je niet eens meer het trommelvlies bekijken met een speciale oorlamp), dan wordt een oorreinigende vloeistof gebruikt. Dit lost als het ware het oorsmeer op, zodat de medicijnen in de oorzalven daarna beter hun bestemming kunnen bereiken. Soms is dat zo erg, dat het oor eerst moet worden gespoeld, soms onder een lichte verdoving.

Bij een oormijtinfectie wordt een oorzalf met een insecticide erin gebruikt. Belangrijk daarbij is om dat na 1 en 2 weken te herhalen: oormijten leggen namelijk eitjes. Deze eitjes zijn met geen enkel middel te doden en na ongeveer een week komen de eitjes uit. Door dan opnieuw te zalven doodt u deze jonge mijten weer vóór deze kans hebben gehad eitjes te leggen.
Ook kunt u door een pipetje Stronghold in de nek te druppelen de oormijt doden. Dit middel mag pas vanaf 6 weken leeftijd bij kittens of pups gebruikt worden. Ten gevolge van de oormijt-infectie is soms ook een oorontsteking ontstaan, dus zal tevens een genezende zalf daarvoor worden meegegeven.

Bij infecties met bacteriën of gisten zijn antibiotica of antischimmel-houdende zalven nodig. Soms is een kweek van het oorsmeer nodig om de juiste behandeling in te stellen.

Heeft de hond erg veel pijn of jeuk, dan worden jeuk- en pijnstillende medicijnen meegegeven.

Bij een middenoorontsteking is een (vaak langdurige) behandeling met antibiotica noodzakelijk.

Complicaties
In de meeste gevallen is er dus alleen sprake van een ontsteking van de gehoorgang. Af en toe zien we bij echter ook middenoorontstekingen. Daarbij wordt het evenwichtsorgaan aangetast. Dat is een stuk ernstiger en één van de symptomen daarbij is dat de kop scheef wordt gehouden.
Door al dat vele schudden en krabben ontstaat een enkele keer een
othematoom (= bloeduitstorting in het oor). Dat is een zwelling van de oorschelp. Je kunt je de buiten- en binnenkant van de oorschelp voorstellen als twee huidplaten, waartussen zenuwen en bloedvaten lopen. Knapt zo'n bloedvat dan stroomt de ruimte tussen beide huidplaten vol met bloed en dat voel je als een niet pijnlijke, sponsachtige dikte. Zoiets moet door de dierenarts behandeld of geopereerd moet worden.
Soms ontstaat een chronische oorontsteking, welke veel moeilijker zijn te behandelen. Ernstige chronische gevallen kunnen chirurgisch worden behandeld waarbij men in enkele gevallen zelfs zal overgaan tot het gedeeltelijk of volledig verwijderen van de gehoorgang.

Hoe moet ik het oor zalven?
Tijdens het spreekuur laten wij u zien hoe u het oor van uw hond of kat moet zalven. U hoeft niet bang te zijn dat u met de punt van de tube het trommelvlies beschadigt. Deze is zacht en flexibel.

Tenslotte
Vermoedt u bij uw dier een (midden)oorontsteking laat hem of haar dan snel onderzoeken. Het is een pijnlijke kwaal en de problemen kunnen soms ernstiger zijn dan u denkt. Bovendien kan het een chronische aandoening worden.
En... als u het oor zelf schoonmaakt, voorkom dan dat u met wattenstaafjes in de gehoorgang komt. Op het eerste gezicht lijkt het daarmee schoon te worden, maar vergis u niet: het oorsmeer wordt min of meer aangestampt tegen het trommelvlies en daarmee is genezing verder weg dan ooit.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reisziekte

 

Wat is reisziekte?
Reisziekte is een toestand waarbij endolymfe (de vloeistof in de halfcirkelvormige kanalen, zie afbeelding hieronder) in beroering wordt gebracht met als gevolg verwarring door het verschil tussen de waargenomen beweging en de werkelijke beweging (desoriëntatie). Dit evenwichtsorgaan bestaat uit kamers en kanalen die met vocht zijn gevuld en waarvan de wanden zijn bekleed met gevoelige haartjes, die de bewegingen in het vocht registreren en die signalen naar de hersenen sturen. Dit kan leiden tot misselijkheid, braken, ptyalismus (speekselen), rusteloosheid en opgewondenheid.

oor, evenwichtsorgaan

Doorsnede van de schedel van de hond met de gehoorgang.
1. Oorschelp
2. Evenwichtsorgaan (halfcirkelvormige kanalen)
3. Gehoorzenuw
4. Gehoorgang
5. Trommelvlies
6. Gehoorbeentje
7. Slakkenhuis

Uit onderzoek van Pfizer onder hondeneigenaren in Nederland blijkt dat 85 procent van de eigenaren met hun hond reist met de auto. De meeste honden gaan graag mee maar 15 procent van de honden vindt reizen niet leuk. Deze dieren zijn opgewonden, onrustig, hijgen en gaan met grote tegenzin in de auto. In veel gevallen gaan ze braken, kwijlen of worden zelfs agressief. Reisziekte is in veel gevallen de reden dat honden reizen niet leuk vinden.

Voorheen lastig te behandelen
Honden die last hebben van reisziekte worden vaker thuis gelaten. Dit heeft een negatieve invloed op de band tussen hond en gezin. Gaat de hond toch mee, dan laat men hem vaak vasten voor vertrek, stopt regelmatig onderweg of zoekt zijn heil in (zelf)- medicatie of gedragstraining. De dierenarts is vaak het eerste aanspreekpunt bij reisziekte. Dierenartsen krijgen dan ook regelmatig een hond met reisziekte op het spreekuur. Uit onderzoek blijkt dat tot nog toe 45 procent deze honden met medicijnen behandelde. Dit gebeurde met een groot aantal verschillende middelen, waaronder middelen tegen reisziekte bij de mens, anti-braakmiddelen en
sedativa.
Deze behandelingen zijn niet altijd even effectief en hebben soms ongewenste bijwerkingen.

Cerenia tegen reisziekte
Cerenia is een nieuw middel tegen reisziekte en heeft zijn waarde als anti-braakmiddel al in de praktijk bewezen. Dit diergeneesmiddel is ook effectief voor preventie van reisziekte.
Pfizer heeft het product in verschillende landen in de praktijk onderzocht. De honden in het onderzoek kregen 1, 2 of 10 uur voor de autorit Cerenia. Een controlegroep kreeg een
placebo (dat is een als geneesmiddel voorgeschreven middel dat geen werkzame bestanddelen bevat, zeg maar: een "nepgeneesmiddel"). In de proefgroep was het percentage honden dat braakte zeer gering, terwijl dit bij de controlegroep opliep tot 65 procent.
Met Cerenia behandelde honden braken aantoonbaar minder.

Praktische preventie
Cerenia kunt u breed inzetten; het kent vrijwel geen bijwerkingen. Eén uur na inname wordt braken als gevolg van reisziekte al voorkomen en het middel blijft lang werkzaam. Dit betekent dat de eigenaar Cerenia de avond voor vertrek al kan geven. Met Cerenia wordt reizen voor de hond en de eigenaar een stuk aangenamer.
Voor meer info kunt u bij uw dierenarts terecht.
Opmerking: Een lichte maaltijd of snack vóór de dosering wordt aanbevolen, lang vasten voor toediening vermijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Degeneratieve Myelopathy (DM).


Al in 1973 werd deze ziekte bekend, maar de aandacht ging toen alleen uit naar HD en later ED.
Ten onrechte zoals nu blijkt. In de Verenigde Staten werd en wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar deze ziekte, welke ook wel GSDM (German Shepherd DM) wordt genoemd.
Kort geleden is er een DNA-test beschikbaar gekomen en wat blijkt?
Statistieken in de V.S. tonen aan, dat 32% van de Duitse Herdershonden drager is, 19% zit in de directe risicogroep en heeft kans deze ziekte ook daadwerkelijk te krijgen.
Ook andere rassen zijn gevoelig voor DM zo als Boxers, Rhodesian Ridgebacks, Gorki's en French Bulldogs.
Hoewel ook in Nederland en Duitsland de ziekte bekend is, wordt de diagnose weinig gesteld.
Zowel hier als over de grens noemen de artsen het ook vaak "de Duitse Herder ziekte".
Misschien zijn artsen huiverig om de hondeneigenaren te zeggen "uw hond heeft niet lang meer te leven", of omdat tot nu toe de ziekte alleen via een moeilijke en dure deductie methode was vast te stellen.

Wat is Degeneratieve Myelopathy ?
Degeneratieve Myelopathy is een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg vergelijkbaar met MS bij mensen.
De ziekte heeft een verraderlijk begin en vangt meestal aan tussen de leeftijd van 5 en 14 jaar.
Vanaf de eerste tekenen tot het einde is het verloop meestal tussen de 6 en 18 maanden.
Het begint met coördinatieverlies in de achterste ledematen.
De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de achterpoten.
Dit vangt meestal aan in één poot om vervolgens over te slaan naar de tweede poot.
Incontinentie komt ook veel voor.
Uiteindelijk wordt de hersenschors aangetast.
Ook het uitvallen van vitale functies kan het gevolg zijn.
De zichtbare gevolgen zijn hartverscheurend om aan te zien, er is slechts één troost, zij het een schrale troost 'DE HOND HEEFT GEEN PIJN'.

De oorzaak?
In het ruggenmerg lopen de zenuwbanen welke de spieren aansturen. Deze zenuwen liggen in bundels gegroepeerd in de zo genoemde witte stof . Deze witte stof wordt aangetast, de isolatie van de zenuwen verdwijnt en de zenuwen sterven af waardoor de aansturing van de spieren steeds minder wordt.
Echter zeer recent onderzoek (o.a. in Nederland) wijst op een mogelijke infectie van de zenuwen.
Indien bevestigd, zou dit een grote stap voorwaarts zijn in het onderzoek naar MS/DM.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
DM wordt vastgesteld door middel van eliminatie.
Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor de uiterlijke kentekenen van DM zoals o.a. hernia, tumor, cyste, infecties of hartaanval.
Er kan een EMG, CT en/of MRI scan worden gemaakt.
Geeft dit geen resultaat dan wordt de diagnose DM gesteld.
Een eenvoudiger manier is de hond een week lang pijnstillers te geven. Indien er geen vermindering van de symptomen optreedt, dan is DM waarschijnlijk.
De definitieve diagnose kan slechts worden gesteld door middel van een autopsie.

Hoe DM te behandelen?
Er is geen behandeling welke DM vertraagd of tot staan brengt.
Op het internet worden verschillende methoden aanbevolen, echter zonder wetenschappelijk gemeten resultaat.

Wat kunnen wij zelf doen?
Zorg voor vloerbedekking of tapijten, overal waar de hond komt. Dit geeft steun bij het lopen.
Vermijdt trappen, houten vloeren of plavuizen.
Ga geregeld wandelen in een regelmatig tempo met de hond aangelijnd. Dus buiten het uitlaten om. Dit bevordert de spieropbouw.
Gebruik eventueel een tweede riem onder de buik door, om de hond te steunen.
Let op tekenen van vermoeidheid en overdoe het niet, sla om de paar dagen een dag over.
Laat de spieren niet onnodig koud worden.
Wees aardig voor uw hond ook als er een "ongelukje" is gebeurd. Honden met DM zijn zeer stress gevoelig.
Het klinkt misschien vreemd, maar emotionele steun is voor deze honden belangrijk.
Bestudeer het gedrag van uw hond, houdt een dagboek bij en leer patronen te herkennen.
Dit is zowel voor de hond als uzelf belangrijk , anticiperen zorgt bij beiden voor minder stress.
Er zijn ups en downs in dit ziektebeeld.
Als de hond verkeerd loopt of staat met de poot, corrigeer dat rustig, Duitse Herders zijn slim en leren ook dit.
Wanneer de hond heeft geleerd dat hij ook kan lopen met een verlamde poot, dan zal hij geen moeite meer doen om de poot goed te gebruiken.
Vermijdt spelen met drukke honden en kinderen.

Goed nieuws voor fokkers!
In de loop van dit jaar is een test beschikbaar gekomen, waarmee kan worden bepaald of uw hond vrij is van DM, drager is dan wel in de risicogroep zit.
Deze DNA test is opgesteld door de Universiteit van Missouri-Columbia en beschikbaar via de OFA (Orthopedic Foundation for Animals) een gerenommeerd instituut in de V.S., welke veel onderzoek subsidieert.
In de V.S. laten enkele grote fokkers al hun honden testen op DM. O.a. Kerschberger German Shepherds, fokker van de Wienerau lijn.

 

Start Bestuur Africhting 2011 Africhting 2012 Kynologie 2011 Kynologie 2012 Nieuws Examens 2011 Kringgroepen Cursussen Downloads Favorieten Sponsoring Gelderse Fokkers Medisch Reageren? Prov. BC wedstrijd Gelderse (PAK) Neospora