![]()
|
|
![]() |
| Anaalklier problemen | |
| Babesiosis | |
| Baarmoederontsteking | |
| Coronavirus | |
| DNA | |
| Herpes | |
| Heupdysplasie HD | |
| Elleboog dysplasie ED | |
| Hernia | |
| Inenten van honden tegen: parvo, kennelhoest, ziekte van Carre, besmettelijke leverziekte, hondsdolheid | |
| Kruisbandproblemen | |
| Maagtorsie | |
| Neospora | |
| Oorontsteking | |
| Reisziekte | |
| Spondylose | |
| Voedingsallergie | |
| Voorhuidontsteking | |
| Wormen bij de hond: spoelwormen, haakwormen, lintwormen, zweepwormen, giardia | |
| ziekte van Lyme | |
| Degeneratieve Myelopathy |
| Door: Gerard
Besselink.
In agrarische vakbladen worden regelmatig artikelen gepubliceerd over Neospora en de rol die de hond hierbij speelt. Sommige agrariërs nemen het zekere voor het onzeker en willen niet langer dat hondenverenigingen op hun weilanden speuren. Een zorgwekkende ontwikkeling voor onze sport! Natuurlijk is het zo dat onze honden niet in de weilanden hun ontlasting doen en mocht dit toch eens gebeuren, dit netjes wordt opgeruimd, toch is voorzichtigheid geboden. Om in gesprekken met agrariërs duidelijk te kunnen maken dat onze honden deze gevreesde ziekte niet kunnen overbrengen, publiceren wij hieronder een tweetal artikelen die duidelijkheid geven over de besmetting met neospora. Bron van de artikelen: agroweb. Het PB van Gelderland heeft een richtlijn aangenomen die via de pagina downloads is op te halen.
|
Het honden-Herpesvirus werd voor het eerst aangetoond in 1964 bij gestorven pups. Tot nu is slechts één serotype bekend, namelijk type 1, afgekort CHV1. Het is sterk verwant aan de herpesvirussen die bij katten, paarden en varkens respectievelijk niesziekte, rhinopneumonie en Aujeszky veroorzaken. Veel studies zijn gedaan naar het voorkomen van het virus. In België en Nederland vond men percentages van 39% bij particulier gehouden honden, tot 50% bij in kennels gehouden honden.
Overdracht
Het virus overleeft slecht buiten de gastheer en wordt snel gedood door zonlicht, warmte en droogte. Overdracht geschiedt voornamelijk door direct contact. Tijdens de passage door het geboortekanaal en net na de geboorte, kunnen de pups via mond of neus geïnfecteerd worden. Neus- en vaginale uitvloeiing van de teef zijn de besmettingsbronnen. De besmette pups kunnen hun nestgenoten weer besmetten. Of het virus ook bij de dekking kan worden overgedragen, is nog niet bewezen. Het virus kan zich langdurig in de zenuwbanen van de hond verstoppen. Het is nog steeds niet precies bekend hoe het weer gereactiveerd wordt.
Temperatuur
Het ziekteverloop van een CHV1 infectie is afhankelijk van de leeftijd, de lichaamstemperatuur en de weerstand, ofwel immuunstatus van de pups. Vooral pasgeboren pups tot de leeftijd van acht dagen, sterven meestal na infectie. Dit heeft vooral te maken met het feit dat zulke jonge pups niet in staat zijn koorts te ontwikkelen. Het herpesvirus vermeerdert zich optimaal bij een temperatuur van 35º tot 36º C. Dit is juist ongeveer de lichaamstemperatuur van hele jonge pups. Daarnaast hebben ze meestal ook nauwelijks immuniteit tegen CHV1. De diagnose wordt meestal bij sectie gesteld. Na infectie verspreidt het virus zich naar alle organen en veroorzaakt daar zeer veel kleine bloedingen en weefselbeschadiging. Pups die de infectie overleven hebben vaak blijvende schade aan het zenuwstelsel.
Klinische verschijnselen
De incubatietijd, de tijd tussen besmetting en het optreden van ziekteverschijnselen, is ongeveer 5 dagen. De teef is vaak goed gezond en geeft normaal melk. Besmette pups sterven meestal snel, soms zonder symptomen, maar vaak zie je de volgende verschijnselen:
• niet drinken en lusteloos
• schreeuwen van de pijn
• speekselen, braken, heldere neusuitvloeiing
• afwijkende ontlasting
• oedeem onder de huid
• benauwdheid, en later zelfs nekkramp
• sterfte na 24 tot 48 uur
Veel onderzoekers noemen de CHV1 infectie is als hoofdoorzaak van het zogenaamde "Fading Puppy Syndrome". Het belang van CHV1 infectie bij vruchtbaarheidsproblemen is nog steeds niet geheel duidelijk. Experimenteel opgewekte infecties, door het inspuiten van virus direct in het bloed, kunnen abortus, mummificatie en doodgeboorte van de vruchten veroorzaken. In natuurlijke situaties spelen echter veel factoren mede een rol. Het bepalen van antistoffen in het bloed geeft geen zekerheid over de oorzaken van problemen. Zo is gebleken dat het optreden van een kennelhoestinfectie een CHV1infectie kan activeren en de antistofconcentratie kan verhogen. De leeftijd van de teef speelt een rol, evenals de wijze van houden van de honden en de hygiëne. Vooralsnog is de relatie tussen het CHV1 virus en vruchtbaarheidsstoornissen bij honden niet goed bewezen.
Advies
Bij het optreden van verdachte puppysterfte is het belangrijk de omgevingstemperatuur te verhogen. Voor gezonde pups wordt onder normale omstandigheden een omgevingstemperatuur van 30º tot 32º C gedurende de eerste 4 dagen aanbevolen, dalend tot 28º C op de 7e dag. Bij het optreden van problemen kan het verhogen van de omgevingstemperatuur tot 39º C de virusvermeerdering remmen en de sterfte verminderen doordat de lichaamstemperatuur van de pups hoger wordt. Ook injecties van serum met antistoffen tegen CHV1 blijken goed te kunnen werken. Het verkrijgen van dit serum is niet eenvoudig en het toedienen aan de pups niet zonder gevaar. Pups met symptomen moeten direct gescheiden worden van gezonde pups.
Vaccinatie
Als er vruchtbaarheidsproblemen zijn, moet vooral worden nagegaan hoe de gehele situatie is rond de teef. Als de teef in een kennel gehouden wordt , en er is veel contact met andere honden, dan is vaccineren van belang. Een goede hygiëne, enten tegen kennelhoest en goed dekmanagement zijn ook zeer belangrijk. Het vaccineren tegen herpesinfecties heeft bij ons centrum voorlopig het voordeel van de twijfel. Bij de door ons gevaccineerde dieren hebben wij daarnaast nog geen bijwerkingen gezien. Het enige vaccin dat op dit moment op de markt is, is Eurican Herpes Vaccin van Merial. De eerste enting dient tijdens de loopsheid, zo’n 7 tot 10 dagen na de dekdatum, gegeven te worden. De tweede injectie moet twee weken voor de verwachte werpdatum gegeven worden. Hervaccinatie moet bij elke dracht volgens hetzelfde schema gebeuren. Bij een aantal fokkers in onze praktijk hebben wij goede resultaten behaald. Of het de vaccinatie was, of de begeleiding, blijft voorlopig onzeker.
Arjan Brouwer, Vertrouwensarts VDH
|
|
|
![]() |
Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.
De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.
Het Beoordelingspanel
Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt.
Voor de gegevens van een dierenarts bij u in de buurt kunt u bellen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663. Een voorwaarde is dat de hond een NHSB nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adres gegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom of op het registratiebewijs is vermeld.
Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn.
HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De kosten, verbonden aan de beoordeling bedragen € 30,25 (tarief 2005).
De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.
Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.
HD-beoordelingen uit het buitenland
In 1991 is door de Wetenschappelijke Commissie van de Federation Cynologique Internationale besloten dat honden alleen in het land waar zij zijn geregistreerd het officiële HD-onderzoek kunnen ondergaan. Uitslagen uit andere landen worden dan ook niet geregistreerd en bekrachtigd door de aangesloten Kennel Clubs.
De Nederlandse Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in aangesloten bij de FCI en beschouwt deze afspraken als bindend. Voor VDH leden is van toepassing dat men gebruik kan maken van dierenartsen in Duitsland die door de SV worden erkend. De uitslag wordt dan door de SV opgeslagen en door de VDH erkend.
Indien de hond ten tijde van het HD onderzoek in het desbetreffende land was ingeschreven en woonachtig en dit voor minimaal 1 jaar, kan er wel een uitslag vermeld worden op de stambomen van eventuele nakomelingen.
HD-foto
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.
Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.
Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.
De foto wordt 6 weken na de registratiedatum naar de dierenarts verzonden die de foto heeft gemaakt. U krijgt uw foto dus via uw eigen dierenarts retour als u daar prijs op stelt.
Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek
Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.
De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.
De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).
Nederlandse Normering
|
HD - |
HD A |
|
HD + c |
HD B |
|
HD ± |
HD C |
|
HD + |
HD D |
|
HD ++ |
HD E |
F.C.I.-beoordeling
De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.
De beoordeling van onderdelen
Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.
Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden".
Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.
Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.
Op het certificaat wordt dit duidelijk gemaakt door het vermelden van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen".
Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.
De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.
|
De Norbergwaarde Van beide heupkoppen (1) wordt het
middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In
beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste
rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het
middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde
van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter
gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het
rapport vermeld is. |
|
HD-beoordeling
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.
Herbeoordeling
Als u het niet eens bent met het beoordelings resultaat dan kunt u binnen 6 weken na registratie datum een herbeoordeling aanvragen. De kosten hiervan zijn € 42,45 (tarief 2005).
Zodra wij uw betaling binnen hebben, zal de foto aan een onafhankelijke deskundige worden voorgelegd. Procedureel is vastgelegd dat de herbeoordeling plaats vindt op basis van de set röntgenfoto's die reeds bij de afdeling GGW aanwezig is.
Voor de goede orde moeten wij u erop wijzen dat de beoordeling en interpretatie van röntgenfoto's veterinair een specifieke taak is. De Raad van Beheer, afdeling GGW, vraagt daarom het oordeel van een onafhankelijke radioloog, die ingeschreven staat in het specialistenregister van de KNMvD en die geen deel uitmaakt van het GGW-panel.
De afdeling GGW zal de bezwaarprocedure coördineren. Zij zal er zorg voor dragen dat de foto van uw hond aan de deskundige worden voorgelegd.
Wij moeten u erop wijzen dat de afdeling GGW de uitslag van de deskundige, ongeacht het resultaat, in haar registratie zal opnemen. Bij een gewijzigde uitslag krijgt u naast een schriftelijke bevestiging van de uitslag van de herkeuring tevens een nieuw certificaat thuisgestuurd.
Indien mocht blijken dat de uitslag beter uitvalt ten aanzien van de Nederlandse eindbeoordeling (HD A, HD B, HD C, HD D en HD E) dan zal € 42,45 (-/- €10,- administratiekosten) aan u worden teruggestort.
(bron: Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland.)
|
|
|
![]() |
Elleboogdysplasie
Elleboogdysplasie-onderzoek richt zich op 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht, die echter alle op den duur tot deformatie van het gewricht en kreupelheid kunnen leiden.
Het zijn ontwikkelingsstoornissen van met name het kraakbeen in gewrichten die onder invloed van erfelijke en andere factoren ontstaan. Sommige honden kunnen hiervan op jonge leeftijd reeds ernstige problemen ondervinden. Bij andere zullen pas op latere leeftijd de ernstige misvormingen in het gewricht aanleiding zijn tot kreupelheid.
Het onderzoek is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen. Omdat de oorzakelijke redenen per ras kunnen verschillen, zal ook het aantal vereiste röntgenopnamen per ras verschillend kunnen zijn.
Het Beoordelingspanel
Een van de taken van het ED-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de ellebooggewrichten van honden.
De röntgenfoto's, de zogenaamde ED-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW heeft gesloten worden gemaakt. Voor de gegevens van een dierenarts in uw omgeving kunt u contact opnemen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663.
Een voorwaarde is dat de hond een NHSB nummer moet hebben. Ook moeten de naam en adres gegevens van de eigenaar overeenkomen met hetgeen wat op de stamboom is vermeld.
ED-foto's worden beoordeeld door een panel van drie deskundigen. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de ED-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd.
De beoordeling van ED-foto's heeft tot doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over Elleboogdysplasie in hun fokprogramma willen gebruiken.
Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden in principe eens in de twee weken beoordeeld. Nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, wordt de uitslag verzonden, tenzij de foto's niet aan de gestelde eisen voldoen.
De kosten voor de de beoordeling bedragen € 37,95 (tarief 2005).
ED-foto´s
Voor een goede beoordeling van de ellebooggewrichten op artrose zijn twee foto's van de hond van beide ellebogen nodig.
Voor een aantal rassen zijn rasspecifieke bepalingen van kracht. Dit wil zeggen dat er sprake is van een diagnose onderzoek. Voor een diagnose onderzoek moeten foto's gemaakt worden in vier richtingen.
Dit zijn de rassen:
|
|
Labrador Retriever |
|
|
Golden Retriever |
|
|
Rottweiler |
|
|
Berner Sennenhond |
|
|
Duitse Herdershond |
|
|
Bordeaux Dog |
Voor beide onderzoeken moet de hond achttien maanden oud zijn.
Voor VDH leden is van toepassing dat men gebruik kan maken van dierenartsen in Duitsland die door de SV worden erkend. De minimum leeftijd is hier 12 maanden. De uitslag wordt dan door de SV opgeslagen en door de VDH erkend.
Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto's heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert met een verzoek om nieuwe röntgenfoto’s te maken.
Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto's verzonden. Ook de eigenaar krijgt hieromtrent bericht. De dierenarts wordt geacht contact op te nemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van nieuwe ED-foto's. Het beoordelen van deze nieuwe foto's wordt niet opnieuw in rekening gebracht.
De uitslag
Het ED-panel zal haar eindoordeel t.a.v. de elleboogkwaliteit beschrijven als een van de volgende classificaties:
|
|
Vrij |
|
|
Grensgeval |
|
|
Graad 1 |
|
|
Graad 2 |
|
|
Graad 3 |
In die gevallen waarin ras- of projectspecifieke bepalingen van toepassing zijn, zal het panel zo mogelijk tevens een uitspraak doen over het achterliggende ziekteproces.
ED-beoordeling
De artrose-beoordeling wordt uitgevoerd vlgs de internationale normen bepaald door de "International Elbow Working Group". De definitieve artroseclassificatie zal gelijk zijn aan de artrose-beoordeling van de slechtste van de beide ellebooggewrichten.
Bij het ED-onderzoek zal onderscheid worden gemaakt tussen rassen die op grond van internationale publicaties een verhoogd risico lopen. Bij deze rassen worden vier foto's per elleboog gevraagd. Bij de overige rassen zijn twee foto's per elleboog voorlopig voldoende.
Welke rassen dit zijn, is na te vragen bij de dierenarts, bij uw rasvereniging of bij de Raad van Beheer, afdeling GGW.
De beoordeling van de onderdelen
De term "Elleboogdysplasie" wordt gebruikt, wanneer een of meer van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:
Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot "artrose". Onder artrose wordt verstaan veranderingen van een gewricht (botreactie's) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn (kreupele stappen net na het opstaan), "er doorheen lopen" (dus beter lopen na enige tijd) en een terugval na veel inspanning.
Behandeling
De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geïndiceerd.
Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten (bij OCD, LPA en LPC) uit het gewricht worden verwijderd terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd.
Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. Er is niet aangetoond dat er middelen zijn waarmee artrose kan worden verholpen. Wel kunnen door het opleggen van gedragsregels en door het gebruik van pijnstillers de klachten worden verminderd.
Herbeoordeling
Als u het niet eens bent met het beoordelings resultaat dan kunt u binnen 6 weken na registratie datum een herbeoordeling aanvragen. De kosten hiervan zijn €42,45 (Tarief 2005).
Zodra wij uw betaling binnen hebben, zal de foto aan een onafhankelijke deskundige worden voorgelegd. Procedureel is vastgelegd dat de herbeoordeling plaats vindt op basis van de set röntgenfoto's die reeds bij de afdeling GGW aanwezig is.
Voor de goede orde moeten wij u erop wijzen dat de beoordeling en interpretatie van röntgenfoto's veterinair een specifieke taak is. De Raad van Beheer, afdeling GGW, vraagt daarom het oordeel van een onafhankelijke radioloog, die ingeschreven staat in het specialistenregister van de KNMvD en geen deel uitmaakt van het GGW-panel.
De afdeling GGW zal de bezwaarprocedure coördineren. Zij zal er zorg voor dragen dat de foto's van uw hond aan de deskundige worden voorgelegd.
Wij moeten u erop wijzen dat de afdeling GGW de uitslag van de deskundige, ongeacht het resultaat, in haar registratie zal opnemen. Bij een gewijzigde uitslag krijgt u naast een schriftelijke bevestiging van de uitslag van de herkeuring tevens een nieuw certificaat thuisgestuurd.
Indien mocht blijken dat de uitslag beter uitvalt ten aanzien van de Nederlandse eindbeoordeling (Vrij, Grensgeval, Graad 1, Graad 2 of Graad 3) dan zal €42,45 (-/- €10,- administratiekosten) aan u worden teruggestort
Het herhalen van ED-onderzoek
In het algemeen behoeft de hond dit onderzoek eenmaal in het leven te ondergaan. In sommige gevallen is het gewenst dat het onderzoek 1 jaar later herhaald wordt. Dit kan ook als de eigenaar hier prijs op stelt. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.
Elleboogdysplasie en fokkerij
In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de ellebogen hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen.
Rapportage
Uitslagen van het ED-onderzoek worden toegestuurd aan rasverenigingen die een overeenkomst met GGW zijn aangegaan. Een consequentie hiervan is dat de uitslagen openbaar moeten zijn, zowel voor de leden van de rasvereniging als voor derden. GGW registreert geen namen van eigenaren en deze worden bij rapportage dan ook niet vermeld.
Uw hond en ED
Eigenaren van honden waarvan officieel ED-foto's zijn gemaakt vragen de dierenarts die de foto's gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de ellebogen. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts beter is dan de uiteindelijke uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond. Het ED-panel adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de ellebogen.
Van honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden in welke mate ze later problemen kunnen krijgen.Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond.
Het is wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de ellebogen wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.
DNA |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Tot voor
kort werden door de Verein fuer Deutsche Schaeferhunde (S.V) en haar
Zuchtbuchambt in Augsburg uitsluitend Duitse dierenartsen toegelaten als
contractspartner (Vertragstierartz). Dierenartsen in Nederland werden niet
als contractspartner toegelaten. Dit betekende dat Nederlanders onderzoeken
van de SV voor HD en ED onder verantwoording van een bevoegde Duitse arts
moesten laten doen. Vele VDH leden moesten naar Duitsland om hun honden te
laten rontgen. Tenminste als men koos voor de Duitse uitslagen en de
resultaten van het HD-onderzoek wilde laten registreren in de Duitse
Databank. Alleen dan komen de gegevens in aanmerking voor
fokwaardeschatting –Zuchtwertschatzung- via de databank van S.V. Genetics. Overleg op hoog niveau In augustus 2003 kwamen in Ulm (BRD) een delegatie van VDH hoofdbestuur en CBK (Commissie Bijstand Kynologie) in overleg bijeen met een delegatie van hoofdbestuur en Hauptgeschaftstelle van de S.V. Bij dit overleg waren als adviseurs ook aanwezig Prof. Dr. Brass (expert orthopedie en HD) en drs. Prins en ir. Gubbels, destijds leden van de sectie Gezondheid, Gedrag en Welzijn van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Het VDH Hoofdbestuur is een groot voorstander van ėėn internationaal gegevensbestand voor erfelijk zieken en DNA opslag van ALLE Duitse Herdershonden in Europa. Uitsluitend dan kunnen erfelijke afwijkingen effectief populatiebreed bestreden worden. De S.V. heeft het grootste databestand ter wereld in de opslag van gegevens van HD/ED en DNA van Duitse Herdershonden. Het VDH hoofdbestuur wenst dat gegevens van heupen, ellebogen en DNA van Nederlandse DH in dit databestand worden opgenomen zodat de Nederlandse honden ook volwaardig kunnen deelnemen aan de fokwaardeschatting en het databeheer van DNA. Volgens de bestaande regeling waren uitsluitend Duitse artsen bevoegd deze onderzoeken in opdracht van de S.V. te doen. Nederlanders moesten dus met hun Nederlandse honden naar een bevoegde Duitse arts. De Federation Cynologique International hanteerde de regel dat onderzoeken in het eigen land moesten worden gedaan. Hoewel veel Nederlanders hun honden in Duitsland lieten onderzoeken werden en worden ook veel Duitse Herdershonden in Nederland onderzocht en beoordeeld. Deze Nederlandse resultaten worden internationaal geaccepteerd maar de Nederlandse onderzoeken hebben echter geen toegang tot de databank van de S.V. Dit laatste was voor het VDH hoofdbestuur onverteerbaar. Immers het gegevensbestand van de SV bevatte data van honderden duizenden Duitse Herdershonden en de Nederlandse fokkerij is zeer sterk verweven met de Duitse fokkerij. Op deze manier kan van een effectief populatiegerichte genetische selectie geen sprake zijn en juist dat is noodzakelijk om verdere verbeteringen in de bestrijding van HD en ED te krijgen. Bovendien als Nederlanders afhankelijk zijn van het Duitse onderzoek en van de medewerking van Duitse artsen dan werkt dit kostenverhogend. Voor onze Nederlandse VDH leden zou dus ook van een kostenbesparing sprake kunnen zijn. Zeker als men onderzoek van HD/ED en vastleggen DNA in ėėn dierenartsbezoek zou kunnen combineren IN NEDERLAND. Nieuwe inzichten In Ulm (BRD) augustus 2003 kwam het tot een doorbraak. VDH en SV spraken af dat in principe Nederlandse dierenartsen als bevoegde contractpartners door de S.V. konden worden geaccepteerd. Na een proefperiode zal men een en ander evalueren. Hiertoe zullen de contractsvoorwaarden van de SV in samenwerking met VDH geherformuleerd moeten worden zodat Nederlandse dierenartsen als contractspartner kunnen toetreden. Indien een Nederlandse dierenarts met de SV en VDH aan de voorwaarden voldoet en dit contract sluit dan geldt hij als bevoegd Vertragstierartz van de S.V. De onderzoeken bij deze arts worden dan ingestuurd naar Duitsland. Dit betekent dat de heupen beoordeeld worden onder toezicht van Prof.dr. Brass (Tierartzliche Hochschule Hannover) en de ellebogen door Dr. Telhelm (Universitat Giessen) .Het DNA wordt vastgesteld door een laboratorium in Heidelberg. De Nederlandse dierenartsen moeten nauwgezet de Duitse protocollen bij het onderzoek volgen. Resultaat is dat deze onderzoekresultaten worden opgeslagen in de databank van de S.V. Dus ėėn internationaal gegevensbestand voor Duitse Herdershonden. De opslag van de gegevens in dit bestand heeft op zich zelf al een enorme meerwaarde. Administratie door de SV De administratie van de onderzoeksresultaten gebeurt door de S.V. De klant betaalt de dierenarts voor zijn diensten en krijgt van de SV bericht. Na betaling aan de SV worden de resultaten bij voorkeur gestempeld op het Certificaat van fokniveau van de rasvereniging of in het rashondenlogboek. Het onderzoek via de SV is zowel mogelijk voor leden als niet-leden van de rasvereniging. De procedure is gelijk aan hetgeen gebruikelijk is bij röntgen in Duitsland . Keuze voor eerste onderzoek is bindend Tot op heden hanteerde de VDH de regel dat zij onderzoeksresultaten van universiteiten onder de nomenclatuur van de FCI erkende. Indien er meerdere onderzoeksresultaten waren dan beschouwde de rasvereniging het laatste resultaat als bindend. Dit geldt vanaf 2004 niet meer. De regel wordt dat de keuze van het EERSTE ONDERZOEK van de hond alles bepalend is. De eigenaar beslist in welk land –b.v. Nederland of Duitsland- hij zijn hond laat onderzoeken. Maar de eerste keuze is definitief. Valt het resultaat tegen dan wordt een later behaald resultaat in een ander land niet meer geaccepteerd. Kan men zich niet vereenzelvigen met de uitslag dan zal men de beroepsregels moeten volgen van het land waar men het eerste onderzoek heeft gedaan. Shoppen met uitslagen is dus niet meer toegestaan. Via de computerbestanden zal dit namelijk direct zichtbaar worden. Inventarisatie Nederlandse Honden (NHSB) De onderzoeksresultaten –HD; ED; DNA- worden om de drie maanden door de SV apart geïnventariseerd en in een bestand aan de VDH geleverd. Hierbij zal men er voor zorgen dat dit gegevensbestand ook doorgegeven wordt aan de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. De SV en VDH zullen constant zorgen voor up-dates. Hierdoor zijn ook bij de stamboekorganisatie in Nederland alle gegevens van de Nederlandse Duitse Herdershonden bekend. Proefperiode Tussen de SV en VDH is overeengekomen dat in een proefperiode voorlopig met drie Nederlandse dierenartsen verspreid over Nederland een contract wordt afgesloten. Zolang deze proefperiode niet geëvalueerd is zal men geen uitbreiding toestaan. CONTRACTDIERENARTSEN VAN DE SV/ VDH IN NEDERLAND ZIJN: Voorlopig bevoegd voor het röntgen voor Heupdysplasie, Ellebogendysplasie en afname DNA voor de Verein fuer Deutsche Schaeferhunde (SV) in Duitsland met toegang tot het DATABESTAND SV GENETICS zijn: Diergeneeskundig Centrum
Nunspeet D.A.P Bodegraven Kliniek voor gezelschapsdieren
de Rashof Het VDH Hoofdbestuur adviseert alle Duitse Herdershonden in Nederland door een zelfde internationale instantie te laten beoordelen zodat alle gegevens worden opgeslagen in een zelfde internationaal databestand. Dit is een enorme stap voorwaarts in de bestrijding van erfelijke problemen en is nu ook mogelijk in Nederland. HOOFDBESTUUR VDH.
Coronavirus
Coronavirussen zijn de virussen die behoren tot de familie der Coronaviridae, die in de orde der Nidovirales thuishoren. Hun nucleuse materiaal is postief-gevoelig enkel-strengend RNA Coronavirussen zijn naast rhinovirussen hoogstwaarschijnlijk de veroorzakers van een groot percentage van alle gewone verkoudheid bij volwassenen. Zij veroorzaken, over het algemeen in de winter en vroeg in de lente, verkoudheid. Van de ruim 30 geïsoleerde afstammelingen (strains), zijn er 3 of 4 die mensen kunnen infecteren. Het belangrijke van coronavirussen als reactieve stof is moeilijk te evalueren omdat ze moeilijk te kweken zijn in een laboratorium In 2003 volgde de uitbraak van SARS in Azie en twee gevallen elders in de wereld. De WHO gaf aan journalisten een verslag, waarin staat dat SARS wordt veroorzaakt door een coronavirus.
Tom Nagels, DVM In aansluiting op de algemene bespiegeling over wormen lees je hieronder meer over wormen die specifiek bij honden voorkomen. Naast diegene die we het meest aantreffen in onze streken wordt ook de aandacht gevestigd op enkele exoten waar je mee te maken kan krijgen als je hond meegaat naar het buitenland of er één van daar meebrengt. Belang en voorkomen van wormen bij honden
++++: zeer frequent (> 50%) en schadelijk Pups ontwormen vanaf 2 weken leeftijd en daarna op 5, 8,
12, 20, 28 en 34 weken. Spoelwormen hebben zoals alle rondwormen een rond lichaam en zijn ofwel vrouwelijk ofwel mannelijk. Het zijn typische darmparasieten. Toxocara canis, de hondenspoelworm
Inwendige cyclus. Larven uit oraal opgenomen eieren migreren vanuit de darm naar lever -> hart -> long -> luchtpijp, worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte volwassen te worden in de dunne darm en eitjes te produceren. Dit duurt ongeveer 1 maand. Een ander deel kapselt zich onderweg in en vormt een reserve van waaruit regelmatig larven vrijkomen om hun tocht naar de darm verder te zetten. Bij drachtige teven komen deze reservelarven massaal vrij en besmetten de pups vanaf de 42ste dag van de dracht reeds in de baarmoeder. De larven wachten in de lever van de foetus tot na de geboorte waarna ze hun reis via hart-long naar de darm aanvatten. Pups worden ook nog eens de eerste 3 weken van de zoogperiode besmet via de moedermelk maar dit is van ondergeschikt belang in vergelijking tot de baarmoederlijke besmetting (5% vs. 95%). Symptomen. De klachten zijn afhankelijk van de leeftijd van het dier en de besmettingsgraad.
Gevaar voor de mens. Indien per ongeluk wormeitjes in de darm van een mens verzeild geraken, zullen de larven die zich hieruit ontwikkelen proberen dezelfde reis als bij honden af te leggen. Dit zou nog niet zo erg zijn, moest het gevaar niet bestaan dat ze hun weg kwijt geraken en op plaatsen in lichaam terechtkomen waar ze veel schade berokkenen, bvb. het oog. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als het 'larva migrans syndroom'. Zandbakken waar ook veel honden komen (en ontlasten) vormen een concreet gevaar voor kinderen. Ontworming. Uit het bovenstaande kan je afleiden dat
Dit komt in praktijk overeen met de richtlijnen gegeven in het algemeen ontwormingsschema van honden, zie 'Wormen'.
Toxascaris leonina Deze spoelworm kan zowel bij katten als bij honden voorkomen en ze kunnen elkaar dus ook besmetten hoewel infectie in de praktijk vaker bij honden wordt gezien. Dit is de minst ziekteverwekkende spoelworm bij carnivoren en wel om volgende redenen:
Een routinematige ontworming is afdoende.
Bij deze rondwormen is het vooreinde vele malen dunner dan het achtereinde. De deel met de kop ziet er dus uit als een zweep. Bij de hond komt er één soort voor. Trichuris vulpis, de zweep- of kennelworm
Inwendige cyclus. Opgelikte wormeitjes ontwikkelen in de dikdarm tot volwassen wormen in 2 tot 3 maanden tijd. Ze boren zich met het smalle deel in het darmslijmvlies waar ze zich voeden met bloed. De wormeieren worden uitgescheiden met de stoelgang. Symptomen. Vaak zijn er maar enkele wormen aanwezig wat goed verdragen wordt, met hoogstens wat weerkerende diarree. Massale besmetting van honderden tot duizenden wormen veroorzaakt echter bloedarmoede, bloederige diarree en vermagering. Voor jonge dieren kan dergelijke infectie fataal aflopen. Ontworming. Niet alle produkten zijn
actief tegenover Trichuris. En diegene die dat wel zijn dikwijls pas na een
behandeling van meerdere dagen.
Haakwormen danken hun naam aan het terugplooien van het kopuiteinde waardoor ze het uitzicht van een haak hebben. Ze zijn eerder klein en hebben snijdende monddelen of tanden waarmee ze zich vasthaken aan de darmwand. De eitjes ontwikkelen in de de buitenwereld tot larven die oraal opgenomen worden of door de huid van hun gastheer dringen (percutane besmetting) en pas na een reis door het lichaam in de darm belanden. Uncinaria stenocephala, de noorderlijke haakworm
Inwendig cyclus. Eens in de darm ontwikkelen de larven zich tot volwassen wormen waar ze zich voeden met darmweefsel. Bevuchte vrouwelijke wormen produceren ongeveer 14 dagen na de besmetting eitjes die met de stoelgang uitgescheiden worden. Symptomen. De veroorzaakte darmletsels zijn licht. Zelfs zwaardere infecties bij jonge honden leiden hoogstens tot een voorbijgaande diarree. De huidbeschadiging na percutane besmetting is zelden van belang. Ontworming. Een routinematige ontworming is afdoende.
Ancylostoma caninum, de zuiderelijke haakworm
Inwendige cyclus. Dit is één van de meest schadelijke wormsoorten bij de hond. De larven dringen via de huid binnen (vooral langs de onderkant van de poten) en vinden hun weg via hart -> long -> luchtpijp -> slokdarm naar de dunne darm waar ze zich met bloed en darmweefsel voeden. Op hun reis kapselen sommige larven zich onderweg en geven bij drachtige teefjes aanleiding tot besmetting van de pups. Symptomen. Larven en wormen beschadigen huid, darm en longen. Vanaf een bepaalde leeftijd bouwen honden een zekere immuniteit op maar een infectie bij pups en jonge hondjes eindigt niet zelden fataal.
Gevaar voor de mens. Percutane infectie met Europese haakwormen bij de mens is zeer zeldaam. (sub)tropische soorten zoals Ancylostoma brasiliense zijn hiertoe wel in staat. Ontworming. De meeste wormafdrijvende
geneesmiddelen zijn effectief. Pups met risico op besmetting behandelen op
week 1/2/3/4/5/6/8/10/12. Preventieve behandeling is aan te raden na of
tijdens een reis met de hond in warme streken of na import van een pup of
volwassen honden. Ernstige infecties behoeven professionele verzorging.
Typisch voor lintwormen is het afgeplatte lichaam dat opgedeeld is in stukjes (proglottiden). Elk van deze stukjes is een voortplantingsfabriek die éénmaal rijp vol met wormeitjes zitten en in hun geheel afgestoten worden en vervolgens met de uitwerpselen uitgescheiden. Het hoofd van de worm blijft vastzitten aan het darmslijmvlies maar voedt zich enkel met darminhoud, niet met bloed of darmweefsel. Ze veroorzaken dan ook slechts minimale letsels. Hun cyclus verloopt steeds via een tussengastheer. Ze kunnen over het algemeen héél lang worden. Dipylidium caninum
Inwendige cyclus. In de darm ontpopt de wormcyste zich tot volwassen worm en hecht zich vast aan het darmslijmvlies. 3 weken later komen de eerste proglottiden te voorschijn. Symptomen. Klinisch van geen belang maar de rijstkorrelgrote proglottiden kruipen uit eigen beweging uit de anus wat enorm jeukt waardoor het dier voortdurend op zijn achterste rijdt. Enkel bij massale besmetting (honderden) kan de gastheer te kort gedaan worden aan voedingsstoffen en vermageren.
Gevaar voor de mens. Vooral kleine kinderen (<5j) die alles nog in hun mond steken kunnen per abuis wel eens een vlo binnenspelen. Omdat de worm zich strikt beperkt tot de darm en geen reis door het lichaam maakt is er eigenlijk geen gevaar, maar niemand loopt graag met een beest in zijn buiik rond. Opname van wormeitjes kan geen kwaad, ze overleven het maagzuur niet. Ontworming. Niet alle ontwormingsprodukten doden Dipylidium af. Bovendien kunnen door de korte inwendige cyclus van 3 weken de dieren zich makkelijk herbesmetten. Na een eerste ontworming is een tweede één maand later aan te raden. Uiteraard is een gelijktijdige behandeling tegen vlooien noodzakelijk, evenals een grondige reininging van de rustplaatsen van de dieren.
Taenia soorten
Inwendige cyclus. De wormcysten ontplooien zich in de dunne darm tot volwassen wormen waar ze zich vasthechten met haken en zuignappen. Symptomen. Enkel een zware infectie kan
darmontsteking veroorzaken met krampen, diarree, wisselende eetlust en
vermagering of groeivertraging. Een enkele keer obstrueren de wormen de
darm.
Ontworming. Ook deze wormen vereisen specifieke ontwormingsmiddelen. Het is raadzaam geen ongekeurd slachtafval te voeren.
Giardia
Hoe ontstaat een besmetting met darmparasieten?
Wat is Babesiosis? Babesiosis is een ziekte die wordt veroorzaakt door een eencellige bloedparasiet (Babesia Canis). Deze bloedparasiet wordt overgebracht door een bepaalde tekensoort (Dermacentor). Babesiosis komt voor bij honden. Waar komt Babesiosis voor? Tot voor kort kwam Babesiosis voor in landen met een warm klimaat. Grofweg ten zuiden van de lijn Parijs-Boedapest. Honden die op vakantie in dit gebied gaan. kunne de ziekte oplopen. Maar de ziekte is nu ook geconstateerd bij honden die niet in het buitenland zijn geweest. Waarschijnlijk hebben honden uit het buitenland de Dermacentor-teken naar Nederland meegenomen. Mogelijk hebben deze teken door de warme zomer van vorig jaar en de milde winter kans gezien te overleven en besmetten zij nu inheemse honden. Dit wordt op dit moment nog onderzocht. Wat merkt u aan uw hond? Babesiosis is een zeer ernstige ziekte. Symptomen zijn o.a. lusteloosheid, koorts, verminderde eetlust, geel-bruine slijmvliezen en donkere bruin-rode urine. Indien snel een behandeling wordt ingezet, kan genezing optreden. In onbehandelde gevallen leidt Babesiosis bijna altijd tot het overlijden van de hond. Is babesiosis besmettelijk voor de mens of andere dieren? Babesiosis is niet besmettelijk voor de mens. Ook katten zijn ongevoelig voor de ziekte. Er zijn gevallen beschreven van een mildere vorm van Babesiosis bij runderen. Hoe kan ik Babesiosis voorkomen? Babesiosis kan op een aantal manieren worden voorkomen. De belangrijkste stap in de preventie van de ziekte is een goede tekenbestrijding. Teken die op de hond komen doen er enige tijd over om zich vast te zuigen en de ziekte over te brengen. Dit duurt ongeveer 24 uur. Het is dus belangrijk eventuele teken binnen 24 uur te verwijderen. Dit kan door: * De hond dagelijks te controleren op de aanwezigheid van teken en deze met pincet of tekenhaak te verwijderen *Het gebruik van een waterbestendige Scalibor-tekenband * Het regelmatig sprayen of druppelen van de hond met Frontline
Zijn tekenbanden en sprays gevaarlijk voor kinderen? Scalibor-tekenbanden en Frontline-spray of druppels zijn ongevaarlijk voor kinderen en volwassenen.
De ziekte van Lyme is gevaarlijk voor mens en dier. Omdat honden vaak teken meebrengen is het zinvol onderstaand artikel door te lezen. Waarom
noemt men het de ziekte van Lyme? Wat is de ziekte van Lyme? Hoe raakt men geïnfecteerd
met de Lyme-bacterie? Wat zijn de symptomen van de
ziekte van Lyme?
Hoe wordt de diagnose "de ziekte van Lyme" gesteld? Wat zijn co-infecties?
Kunnen huisdieren ook de ziekte
van Lyme krijgen?
Discus Hernia en fracturen van de rug-en nekwervels Is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen bij de hond.
Tussenwervelschijfdegeneratie is beschreven bij 84 hondenrassen maar komt
het meest voor bij de kleine rassen.
Een tussenwervelschijf doet dienst als een kussen tussen twee wervels, het is als een soort schokbreker. Een normale discus bestaat uit twee delen (zie figuur 1), een uitwendige ring van bindweefsel en een inwendige ’jelly like’ centrum. Een discus die degenereert gaat verkalking vertonen in het centrum waardoor deze de neiging gaat vertonen om harder te worden. De schokbreker functie vermindert en de discus heeft de neiging om te gaan ‘bulgen’ waardoor de bindweefsel ring kan springen en druk kan geven op het ruggemerg. Het gevolg hiervan is pijn en soms verlamming. 20% van alle discus problemen zijn gelocaliseerd in de nek, de meeste van deze patienten hebben als eerste symptoom nekpijn. Dit is zo als de discus wat druk geeft op het ruggemerg (zie figuur2). Het hoofd en de nek worden in een gespannen stand gehouden en de dieren kunnen moeilijk buigen om te eten en te drinken. De nek lijkt verdikt maar dit komt door de spierspasmen. Als de discus naar een kant uitpuilt kunnen we symptomen hebben aan een kant van het lichaam, de kant van de uitpuiling. De symptomen varieeren van manken op het voorbeen tot verlammingen (zie figuur 3). Als de discus volledig ruptureerd dan hebben we symptomen op beide kanten van het lichaam. Zowel de voorkant als de achterkant kan geparalyseerd geraken (zie figuur 4). 80% van de discus problemen liggen dus thv de rug of de lenden. Hierbij hebben we vnl symptomen op de achterhand en deze gaan van rug of lendenpijn tot volledige verlamming van de achterhand.
We zien ook regelmatig fracturen van de wervels in de
nek of de rug. diagnoseDe diagnose van discus problemen doen we aan de hand van de klinische symptomen, het neurologisch onderzoek, radiologie en eventueel CT-scan. Met radiologie kunnen we eventueel zien of er tussenwervelschijven
verkalkt zijn of niet.
Met een CT-scan kunnen we bij moeilijk te diagnosticeren gevallen een beter beeld krijgen van een hernia, zeker als we twijfelen als het over een eventuele tumor van het wervellichaam zou gaan ipv een hernia tgv een discus probleem.
BehandelingDe behandeling van een hernia heeft tot doel de druk op het ruggemerg weg te nemen. Afhankelijk van de localisatie en de ergheid zijn er verschillende technieken die we kunnen toepassen. Het plaatsen van een ventraal slot :
Het uitvoeren van een laminectomie :
Het stabiliseren van een fractuur van een wervel :
Deze drie foto's zijn genomen tijdens het herstel van een fractuur van de eerste lendenwervel, bij een Rottweiler, na een auto ongeval. Er werd met negen schroeven en 2 Carbon fiber stabilisatoren gewerkt. Dit systeem zorgt voor extreem grote stabiliteit van de wervelzuil.
RevalidatieBij de hernia in de nek is het herstel na operatie snel en bestaat het uit een aantal weken rust (wel veel wandelen). Na een rughernia vereist de revalidatie veel tijd en inzet van de eigenaar. Er moet veel met de hond worden geoefend. Bij ons laten we de patiënt pas naar huis gaan wanneer we zeker weten dat het plassen goed door de hond zelf kan gebeuren. Zoals al eerder gezegd komt het vaak voor bij een rughernia dat de blaas niet goed door de hond zelf geleegd kan worden.
Degeneratie van de wervelkolom (wervel - spondylos). Komt vaak voor in
combinatie met gewrichtsslijtage (= artrose) van de tussenwervels (=
discus). De aandoening gaat vaak samen met wervelkolom-slijtage (=
spondylartrose). Voorhuidontsteking.Bij een voorhuidontsteking is de huid (aan de binnenkant) van de voorhuid
ontstoken door een bacteriële infectie. B. Welke dieren krijgen een voorhuidontsteking?Niet-gecastreerde reuen kunnen gemakkelijk een voorhuidontsteking
krijgen. Gestimuleerd door hun geslachtshormonen schachten niet-gecastreerde
reuen regelmatig hun penis uit, waarna bacteriën vanuit de buitenwereld in
de voorhuid terecht komen en een bacteriële infectie veroorzaken. C. Wat is er te doen tegen een voorhuidontsteking?Indien een dier bovengenoemde symptomen heeft onderzoekt de dierenarts de
hond om te controleren of er behalve de geslachtshormonen eventueel andere
oorzaken zijn aan te wijzen, zoals vormafwijkingen of gezwellen van penis of
voorhuid. Indien dit niet zo is, is er sprake van een ongecompliceerde
voorhuidontsteking.
Maagdilatatie of een maagtorsie?De maag is een zakvormig orgaan, met een ingang (de slokdarm) en een
uitgang (de twaalf-vingerige darm of dunne darm). De maag hangt eigenlijk
vrij in de buikholte en ligt op de buikbodem direct achter het middenrif. B. Wat zijn de mogelijke gevolgen van een maagdilatatie of maagtorsie?Door de enorme wandspanning kan er geen bloed stromen door de
bloedvaatjes in de maagwand, waardoor deze zal afsterven als de situatie
lang genoeg aanhoudt. Bovendien drukt de maag via het middenrif sterk op het
hart, waardoor ook de bloedvoorziening van de hartspier in de problemen komt
en er “hartinfarcten” kunnen optreden. C. Welke dieren krijgen een maagdilatatie of -torsie?Met name grotere hondenrassen, zoals de Duitse dog, Berner Sennen of
Duitse herder, zijn gevoelig voor een maagdilatatie of –torsie. Secundaire oorzaak van een maagdilatatie : Soms zien we een maagdilatatie tgv een andere oorzaak. Deze 10-jarige
Shar pei had een gezwel in de darm en was al drie keer "behandeld" geweest
voor een maagdilatatie. De vierde keer kwam ze bij ons terecht en op
echografie zagen we een gesteeld gezwel in de darm die als een soort ventiel
dienst deed. Als het ventiel naar links lag dan verstopte het de darm, als
het naar rechts lag dan liet het de gassen door. Als behandeling hebben we hier dit stuk darm verwijderd én de maag vast gelegd. D. Wat kan ik doen ter preventie van een maagdilatatie of -torsie?Geef de hoeveelheid voer die de hond per dag nodig heeft verdeeld over de
dag in 4 porties. Geef het liefst nat, licht verteerbaar voer, dus blikvoer
of geweekte brokken. E. Hoe herkennen we een maagdilatatie of -torsie?De hond krijgt problemen kort na de maaltijd. Het dier lijkt benauwd en
pijnlijk; wil steeds staan of lopen met de kop gestrekt naar voren of
beneden en lijkt te moeten braken zonder dat er “iets komt” .
F. Wat is er aan te doen?Een maagdilatatie of -torsie is een spoedgeval ! U dient direct de
(dienstdoende) dierenarts te bellen en te melden dat u er aan komt met een
mogelijke maagtorsie.
G. Wat zijn de vooruitzichten?Afhankelijk van de bevindingen vóór het ingrijpen door de dierenarts (is
de hond al in shock; is er sprake van een onregelmatige pols door
hartschade?) en tijdens de eventuele operatie (is de maagwand al afgestorven
zijn de vaten van de milt nog levensvatbaar; blijkt het hart van de hond de
narcose te kunnen verdragen?) zal het dier deze acute aandoening wel of niet
overleven. Een gouden regel bij een maagdilatatie : hoe sneller hoe beter! KruisbandproblemenDe meest voorkomende oorzaak van manken op de achterhand bij honden is een scheur van de voorste kruisband (VGB). Deze aandoening veroorzaakt, als ze niet op tijd behandeld wordt, artrose in het kniegewricht met chronisch manken tot gevolg.
Het kniegewricht is een erg flexibel gewricht, het kan in alle richtingen
bewegen. 2. symptomenMeestal scheurt een voorste kruisband als een
hond in volle actie is en een
rotatie beweging maakt op zijn knie of plots in een putje trapt. Je
kunt het vergelijken met voetballers die om hun as draaien op het moment dat
ze met hun spikes van hun voetbalschoenen op het veld gefixeerd staan met
één been.
Op radiografie zien we dat de tibia (onderbeen) naar voor is geschoven tegenover het femur (bovenbeen). Bij veel gevallen van een scheur in de voorste kruisband is ook de meniscus betrokken. Meestal gaat het om de meniscus die aan de binnenzijde van de knie zit. We kunnen soms een typisch “click” geluid horen als we de knie plooien bij een VGB letsel (zie figuur 3).
3. behandelingHet doel om een knie te behandelen met een VGB is het stabiliseren van de knie zodat er geen verdere artrose vorming meer kan gebeuren. Er zijn wel 100 verschillende operatie technieken om een VGB te herstellen. Wij in dierenkliniek Causus gebruiken twee verschillende methodes, de extra- en de intracapsulaire stabilisatietechniek. Hieronder wordt de extra-capsulaire stabilisatietechniek beschreven.
Hierbij wordt er een kunstband geplaatst uitwendig op de knie. Met een naald gaan we achter een klein botje, de fabella, die gelegen is achter de femur (bovenbeen) en plaatsen we zo een draad die over de knie loopt naar de tibia (onderbeen) toe. Deze wordt dan daar bevestigd (zie figuur 4). 4. NazorgDe nazorg, die door U gedaan wordt is van cruciaal belang voor de verdere genezing van uw hond zijn knie.
Na 6 weken zien wij u dan nog eens terug voor een algemene controle. Een ander belangrijk onderdeel in de revalidatie is het geven van :
AnaalklierenAnaalklieren zijn twee "zakjes" aan weerszijden van de anus bij hond en kat. In die zakjes wordt een pasteuze tot vloeibare substantie gemaakt die vreselijk doordringend (vies) ruikt. De anaalklieren worden normaal gesproken geleegd na de ontlasting van het dier, om een duidelijk kenteken achter te laten. Deze " geurvlag " dient voor de hond voor de herkenbaarheid binnen de roedel en het waarschuwen van dieren van buiten de roedel. Voor de kat helpt de geurvlag bij het afzetten van het territorium. Op zich spelen de anaalklieren dus een nuttige rol in het sociale leven van onze huisdieren. AnaalklierproblemenHelaas functioneren de anaalklieren soms nogal problematisch. Indien het legen van de anaalklieren aan het eind van de ontlasting niet goed verloopt, kunnen de anaalklieren " overvuld " raken. De inhoud van overvulde anaalklieren is gevoelig voor het aanslaan van infecties, waarna er een anaalklierontsteking kan ontstaan. Een ernstige ontsteking van de anaalklieren kan tot een fistelend anaalklierabces leiden: naast de anus zien we dan één of meerdere gaten waar ontstekingsvloeistof of pus uitkomt. Symptomen van anaalklierproblemenDoor de eigenaar worden dit soort problemen meestal snel opgemerkt, aangezien een dier er veel last van heeft. Het meest opvallende symptoom is het veelvuldig likken en bijten naast of op de staartbasis ten gevolge van de jeuk en irritatie die overvulde en/ of ontstoken anaalklieren veroorzaken. Daarnaast verspreiden problematische anaalklieren vaak een typische penetrante stank . Onderzoek en therapie bij anaalklierproblemenIndien een dier bovengenoemde symptomen heeft onderzoekt de dierenarts natuurlijk de conditie van de anaalklieren en hun inhoud. Maar ook wordt gecontroleerd of er geen sprake is van een vlooienprobleem of vlooienallergie, aangezien daar dezelfde symptomen bij gezien kunnen worden. In ieder geval worden de anaalklieren door de dierenarts geleegd . Afhankelijk van de bevindingen wordt dit na een week nog een keer herhaald of worden de anaalklieren (indien nodig onder sedatie) met een anti-bacterieel middel gespoeld . Ook dit spoelen kan enkele keren herhaald worden, totdat de anaalklieren weer een volledig normale omvang en inhoud hebben. Bij ernstige ontstekingen of abcessen worden bovendien antibioticum tabletten (antirobe®, Rilexine®, Marbocyl® of Synulox®)voorgeschreven. Indien ondanks deze grondige aanpak de problemen steeds snel terugkomen, valt het te overwegen om de anaalklieren chirurgisch , dus operatief, te laten verwijderen. Aangezien deze operatie vlak naast de anus plaatsvindt, is er een kleine kans (kleiner dan 5%) dat het dier door de operatie onzindelijk wordt voor ontlasting. Daarom kiezen we nooit direct voor deze oplossing. De kosten van een dergelijke operatie liggen rond de € 250. Dit is inclusief de kosten voor een screenend bloedonderzoek. Indien uw dier 5 jaar of ouder is wordt een dergelijk bloedonderzoek verricht, voorafgaand aan een narcose
Een
pyometra of
baarmoederontsteking
is een bacteriële infectie van de baarmoeder. Dit komt vooral bij oudere
teven voor, maar af en toe zien we ook nog tamelijk jonge honden. Het kan
ontstaan na een loopsheid of na het jongen, maar bij sommige honden is de
loopsheid al meer dan een half jaar niet meer opgemerkt.
Wat is een
voedingsallergie?
Inleiding
Wat is reisziekte?
Degeneratieve Myelopathy (DM).
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||